Algemeen   Oprichting   Structuur & Personeel   SS-Standarte Westland   Krijgsgeschiedenis

SS-Panzer-Grenadier-Regiment 10 'Westland' / SS-Standarte 'Westland'

“Westland” bestond grotendeels uit Duitsers en Nederlandse en Vlaamse vrijwilligers
Standarte “Westland” (later Regiment “Westland”) was naast “Germania” en “Nordland” één van de drie infanterie-regimenten van de SS-Division “Wiking”. “Westland” bestond voor een groot deel uit Nederlanders (in juni 1941, 631 man). Naast de Nederlanders dienden er ook Finnen, Vlamingen (vanaf eind september 1940), Rijksduitsers en Volksduitsers in dit regiment. In 1943 werd het Estisch Freiwilligen Panzer Grenadier Bataillon Narwa aan “Westland” toegevoegd, vanaf maart 1944 vormde deze eenheid het derde Bataillon van “Westland'.

Oprichting
Nadat de vrijwilligers waren goedgekeurd vertrokken zij in verschillende contingenten naar de opleidingslocatie. Aanvankelijk was dat de Freimann Kaserne in München en vanaf 1941 Sennheim (Cernay in de Elzas). Op 10 juni 1940 arriveerden de eerste Nederlanders in München. Op 15 juni werd aldaar officieel de SS-Verfügungstruppe Standarte “Westland” opgericht en ondergebracht. “Westland” zou een gemotoriseerd infanterieregiment worden. Aanvankelijk met één bataljon. Later werden er daar nog twee aan toegevoegd. De eerste commandant was SS-Obersturmbannführer Hilmar Wäckerle.

Aantallen Nederlanders
Op 10 juni vertrokken de eerste Nederlandse vrijwilligers naar München. Op 30 juni 1940 was er een aantal van 382 man bereikt. Tussen juni en 11 september 1940 werden in totaal 2.448 door de Ergänzungstelle in Den Haag gekeurd. Daarvan zal minimaal een derde zijn afgekeurd. Veel Nederlanders verlieten de opleiding in München tussentijds of later na een half jaar toen hun contract per 31 december 1940 afliep (velen van het eerste contingent tekenden voor een half jaar). Van zeker 619 vrijwilligers staat vast dat zij in december 1940 de opleiding verlieten of moesten verlaten. De verklaring daarvoor moet gezocht worden in allerlei problemen bij de werving maar zeker ook bij de opleiding zelf.

Verloop opleiding
Gedurende ongeveer de eerste 10 weken ondergingen de rekruten de Grundausbilding, de echte basisopleiding. Na succesvol verloop van deze periode werden zij bevorderd tot SS-Schütze. De besten mochten vanaf 15 september 1940 deelnemen aan een tweeweekse Unterführerlehrgang, een opleiding tot onderofficier. Ook een aantal Nederlanders mocht hier aan deelnemen. Met name deze eerste periode verliep niet geheel zonder problemen.

Opleidingspersoneel kampten met gebrek aan inlevingsvermogen
De opleiding in München kende in het begin problemen. En geheel onlogisch was dat niet. De stam van de “Westland” bestond uit manschappen uit het SS-Ersatzbataillon “Deutschland”. Het was daarom niet verwonderlijk dat de officieren en onderofficieren ten tijde van de opleiding van de eerste Nederlandse vrijwilligers allemaal nog Duitsers waren. En zij konden zich vaak moeilijk verplaatsen in de gebruiken en de mentaliteit van de Nederlandse vrijwilligers. Het personeel was in het geheel niet voorbereid op de komst van de Nederlanders en wist zich aanvankelijk niet goed raad met de Nederlanders. In bijna alle verhalen van Nederlandse vrijwilligers over hun tijd in München is dit een onderwerp dat telkens terugkomt.

Nederlandse vrijwilligers hadden moeite met kadaverdiscipline
De basisopleiding die in 1940 nog 6 maanden duurde was voor de Nederlanders zowel fysiek als mentaal erg zwaar. De mannen stonden om 05:00 op en begonnen vaak met een lange mars. Verder werd er natuurlijk veel geëxerceerd en met wapens geoefend. De Nederlanders kregen bovendien ’s avonds nog Duitse les. Pas om 22:00 gingen de lichten uit. Veel Nederlanders wisten zich geen raad met de keiharde discipline en de compromisloze militaire cultuur. En anderen trokken aanvankelijk hun eigen plan.

Een gemiddelde dag in München:
05.00 uur: opstaan, wassen, bed op maken, koffie
06.00 uur: training in het veld met geweer, helm, etc.
12.00 uur: middageten, wapenreinigen, laarzen poetsen
13.30 uur: training, excerceren
17.00 uur: reinigen wapens, materieel en kleding
18.00 uur: avondeten
19.00 uur: theorie lessen en les in Duitse taal
22.00 uur: bedtijd
De verschillen tussen de rekruten en de Duitse Ausbilders leidde herhaaldelijk tot botsingen. De Nederlandse vrijwilliger en latere SS-Untersturmführer George Duiker omschrijft in de biografie over zijn diensttijd een dergelijk incident treffend:

“[…] Toen ik de kamer wilde betreden, kwakten een paar modderlaarzen voor mijn voeten. “Putzen!” Een instructeur met soldatenrang herhaalde: “Putzen!” Na mijn verbazing afgeschud te hebben, stapte ik doodleuk over de Knobelbecher (de laarzen) heen en begon mijzelf voor te stellen aan mijn kamergenoten. Dit terwijl de instructeur zijn wensen luid blaffend bleef herhalen. Zonder resultaat uiteraard daarom haalde hij de Unteroffizier vom Dienst erbij. Hetzelfde geblaf, maar ook hetzelfde resultaat. […]”

Duitse vrijwilligers teleurgesteld over samenvoeging met Nederlanders
Ook voor de Duitse vrijwilligers kon de samenvoeging met Nederlandse vrijwilligers niet direct op enthousiasme rekenen. Bij de kamerindeling werd waar mogelijk getracht een verhouding aan te houden van 3:2 (drie Duitsers op twee niet-Duitsers). In de regel lag men met circa twaalf mannen op één kamer. De meeste Nederlanders spraken in het begin nog gebrekkig Duits. En de aanwezigheid van buitenlanders voelde voor de Duitsers wellicht toch ook een beetje alsof ze in een tweederangs eenheid terecht waren gekomen. De Duitse vrijwilligers hadden vaak al een achtergrond in de Hitlerjugend en waren in dat kader zowel fysiek als mentaal al meer gewend aan de zware opleidingsomstandigheden. Bovendien waren zij in de Hitlerjugend al deels militair geschoold. De confrontatie met Nederlandse vrijwilligers die meestal slecht Duits spraken én qua opleiding een grote achterstand hadden, werd aanvankelijk niet altijd als positief ervaren.

“Als wir in die Kaserne einrückten, waren wir Deutschen Freiwilligen sehr entäuscht darüber, bis hinunter zu den einzelnen Gruppe mit freiwilligen Niederländern zusammengelegt zu werden. Doch nach wenigen Tagen hatten wir uns einander gewöhnt und verstanden uns gut.” (Fritz Hahl, Mit Westland im Osten).

 
Een van de Ausbilders
Onderlinge strijd tussen Nederlandse vrijwilligers
Een andere oorzaak van de opstartproblemen was het gebrek aan eenheidsgevoel tussen sommige groepen Nederlandse vrijwilligers onderling. De divers vertegenwoordigde politieke stromingen (NSB, volkse NSB, NSNAP en in kader van Sport und Spiel ingezette Nederlanders) en de daarmee aanwezige tegenstellingen waren een voedingsbodem voor de nodige botsingen. De sfeer was om te snijden. Soms raakten de vrijwilligers al tijdens de treinreis van Nederland naar Duitsland slaags. Met name de landverraderlijke daden van de Sport und Spiel vrijwilligers tijdens de meidagen van 1940 werden niet door alle Nederlanders gewaardeerd. De kameraadschap leek daardoor soms ver te zoeken.Onder valse voorwendselen ingelijfd
Maar er waren meer zaken die de sfeer in de kazerne geen goed deden. Een deel van de Nederlanders bleek namelijk onder valse voorwendselen naar Duitsland te zijn gelokt. Aan velen was in Nederland een soort sportopleiding, een politieopleiding of een andere opleiding in het vooruitzicht gesteld (lees hier meer over de werving). Toen zij er in München erachter kwamen dat zij waren voorgelogen deden velen er alles aan om tussentijds de opleiding te verlaten. In de eerste maanden bood de Waffen-SS hiertoe nog mogelijkheden, later niet meer. Problemen met eedaflegging
Een ander deel van de vrijwilligers verliet de opleiding nadat duidelijk was geworden dat er uiteindelijk een eed op Adolf Hitler als Duits staatshoofd (Führer en Reichskanzler des Großdeutschen Reiches) moest worden afgelegd. Het Regiment wilde dat de Nederlanders dezelfde eed aflegden als hun Duitse collega’s. Het afleggen van een eed van trouw aan een buitenlands staatshoofd was echter voor velen echt een stap te ver.

Wie besloot om te blijven, diende zich te onderwerpen aan de regels en gebruiken binnen de Waffen-SS. Deze vrijwilligers legden ook de eed af. Zij die een enkeltje Nederland verkozen, waren echter niet voor altijd uit beeld, een groot deel kwam terecht bij de Nederlandsche SS en/of bezweken in de laatste oorlogsjaren alsnog onder de druk om zich aan te melden bij andere Waffen-SS eenheden zoals “Landstorm Nederland”.

De band die door de 'Westlanders' op de mouw werd gedragen

Heinrich Himmler probeerde vrijwilligers te overtuigen
Op 21 augustus 1940, de dag waarop de eerste groep de eed ging afleggen en tot SS-Schütze bevorderd werd, hield Reichsführer-SS Heinrich Himmler een toespraak LINK volledige toespraak Vincx p. 46 gericht aan de vrijwilligers van de “Westland”. En daarin ging hij ook in op de bezwaren die vele Nederlanders hadden om een eed af te leggen op Hitler als staatshoofd en de vrees om daardoor de Nederlandse nationaliteit te verliezen. Himmler probeerde deze bezwaren weg te nemen door te benadrukken dat zij Hitler vooral toch als Germaans Führer moesten zien en dat het afleggen van een eed op hem in dat opzicht alleen maar toe te juichen was. Bovendien zou er geen sprake zijn van verlies van de Nederlandse nationaliteit. Wat de uitwerking van deze rede precies geweest is, valt moeilijk vast te stellen. Zeker is in ieder geval dat de eedsformule voor velen een onoverkomelijk bezwaar bleef.

Maar duidelijk is ook dat er vanuit de Waffen-SS enkele inspanningen werden gedaan om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk Nederlandse vrijwilligers de opleiding afmaakten en dat de instroom vanuit Nederland niet werd verstoord. Uiteindelijk werd ook nog de eedsformule aangepast zodat de rekruten desgewenst niet meer op Hitler als staatshoofd maar als Führer werd afgelegd.

Problemen onder controle
Maar het moet gezegd worden dat de grootste problemen in december echt wel naar de achtergrond waren verdwenen. De Nederlandse vrijwilligers raakten gewend aan de Duitse kazerne discipline. Anderzijds pasten de Duitsers na verloop van tijd hun opleidingsmethodiek en omgang met de Nederlandse vrijwilligers ook hier en daar iets aan. Zo werden er specifiek een aantal Ausbilders uit de Ostmark (Oostenrijk) aangesteld omdat die meer dan de Duitsers gewend zouden zijn aan de omgang met de cultuur en mentaliteit van niet-Duitsers. Verder liet men hier en daar de teugels een klein beetje vieren. De vrijwilligers van het eerste contingent mochten vanaf begin augustus zo nu en dan in het weekend al de kazerne verlaten om kleine uitstapjes in de binnenstad van München te maken. En half september kreeg men al twee weken verlof.

De vrijwilligers die de basisopleiding in de Beierse hoofdstad met succes hadden doorstaan en wilden of moesten blijven, vervolgden hun opleiding in München. De basisopleiding was achter de rug en voortaan lag het accent op schietvaardigheid en omgang met verschillende soorten wapens, lichamelijke oefening, tactiek en oefeningen in het veld. Die oefeningen werden in kleine eenheidsverbanden gedaan. De oefeningen in groter verband (bataljon, regiment en divisie) volgden in het voorjaar van 1941 op de Truppenübungsplatz Heuberg.

Oprichting Division “Wiking”
In de eerste decemberdagen kregen de mannen van de “Westland” te horen dat hun Regiment deel zou gaan uitmaken van de nieuwe SS-Division “Germania” . Op 21-12-1940 werd 'Germania vervangen door de naam “Wiking” om verwarring met het Regiment “Germania” te voorkomen.

Intussen werd er nog druk geoefend in München. Nieuwe rekruten werden er echter niet meer opgeleid. Alle germaanse vrijwilligers die goedgekeurd waren, werden voortaan gedurende zes weken in Sennheim opgeleid. Na het aldaar afsluiten van hun basisopleiding werden de vrijwilligers die bij de “Westland” werden ingedeeld voor de vervolgopleiding (Waffenausbildung) doorgestuurd naar de Lendorf Kaserne in Klagenfurt (en vanaf 1-5-1943 in Ellwangen). Het SS-Infanterie-Ersatz-Bataillon “Westland” werd namelijk verplaatst naar Klagenfurt. In Klagenfurt werden de mannen in de Lendorf Kaserne ondergebracht.

De Waffenausbildung duurde circa twee maanden en bestond voor een groot deel uit pure gevechtsopleiding en het lopen van lange marsen. De mannen leerden omgaan met diverse infanteriewapens. Tijdens zogenaamde Kriegsspiele, die ook 's nachts werden gehouden, werd de situatie aan het front nagebootst en leerde men opereren binnen en met de eigen eenheid.

21 januari 1941 bezoek NSB-Leider Anton Mussert
Op 20 en 21 januari 1941 maakte NSB-Leider Anton Mussert op uitnodiging van Heinrich Himmler een reis naar Beieren. Om de werving van Nederlandse vrijwilligers te verbeteren, moest de belangrijkste nationaal-socialistische leider in Nederland worden overtuigd van het belang van toetreding van Nederlandse jongens tot de “Westland” . Tot dan toe was Mussert van mening dat met name zijn leden eigenlijk niet thuishoorden in dit Regiment dat in zijn ogen een verlengstuk was van de Groot-Germaanse machtspolitiek. Naast een bezoek aan het kamp Dachau deed de delegatie van de NSB-Leider op 21 januari ook de Freimann Kazerne in München aan waar hij sprak met de Nederlandse vrijwilligers. Mussert was kennelijk zeer onder de indruk want direct na het bezoek liet hij zijn bezwaren vallen. De ommezwaai van Mussert maakte de gang van NSB'ers naar de Waffen-SS een stuk eenvoudiger. Musserts bezoek aan München bracht een heropleving in de werving van Nederlandse vrijwilligers. In maart 1941 vertrok een gemêleerd contingent van ongeveer 600 Nederlandse vrijwilligers voor de “Westland” vanuit de Haagse Dierentuin.

Truppenübungsplatz Heuberg
In de eerste dagen van april werd de hele SS-Division “Wiking” verplaatst naar de Truppenübungsplatz Heuberg, een groot militair oefenterrein nabij Sigmaringen waar in grotere verbanden en met andere onderdelen zoals de artillerie geoefend kon worden. Een paar dagen eerder, op 1 april 1941 was de Division officieel in de Duitse strijdkrachten opgenomen en onder bevel geplaatst van Heeresgruppe C. Het was nu vrijwel zeker dat de “Wiking” ook daadwerkelijk binnen afzienbare tijd zou worden ingezet.

De capaciteit van de onderkomens op Heuberg was beperkt en daarom werden de vrijwilligers in omliggende dorpjes bij partciulieren ondergebracht. Het verblijf op de Heuberg duurde acht weken en was bijzonder intensief. In deze periode werden er zowel dag- als nachtoefeningen gehouden. De eenheden werden getraind in het opereren in verbanden van verschillende omvang en er werd regelmatig met scherpe munitie geoefend. Onder het motto "Schweiß spart Blut" werd het uiterste van de vrijwilligers geëist:

03.00 uur: mars met volle bepakking naar oefenterrein (de transportwagens waren nog niet beschikbaar)
07.00 uur: aankomst op de Heuberg
08.00 uur: aanvang oefeningen
12.00 uur: evaluatie
14.00 uur: terugmars
18.00 uur: wapenreinigen
22.00 uur: bedtijd

Aankondiging frontinzet
In Jan Vincx, Nederlandse vrijwilligers in Europese krijgsdienst dl. 4 , 5.SS Pantserdivisie “Wiking“ doet een Nederlandse vrijwilliger F.I.R. zijn relaas over de order om de kazernes te verlaten en naar Breslau te reizen. De vrijwilliger vertelt over de reis naar Breslau vervolgens naar Militsch-Oels en van daar naar Lublin. Na talloze oefeningen in de bossen waarin de vrijwilligers leerden over tactieken van het Rode Leger en de geheimzinnigheid die men moest betrachten, wist F.I.R. genoeg. Hij schreef:
"Nu wist ik het helemaal zeker: deze geheimzinnigheid zo vlak bij die demarkatielijn was er natuurlijk op gericht, bij de Rus geen argwaan te veroorzaken omtrent de zo vlakbij aanwezige, in groten getale aangerukte Duitse militaire eenheden. En dus: over enkele dagen oorlog met Rusland!'.

De vrijwilliger had het bij het rechte eind al moest “Wiking” nog even wachten voordat de oorlog voor de eenheid zelf begon. Op zondag 29 juni 1941 kreeg commandant Steiner de langverwachte marsorder. 'Wiking' trok ten oorlog.

Eerste frontinzet en oorlogsmisdaden
Al tijdens de eerste gevechten nabij Lemberg raakte 'Westland' zijn Kommandeur kwijt. SS-Standartenführer Hilmar Wäckerle werd op 2 juli 1941 tijdens een inspectie van buitgemaakte wapens door Sovjet-Russische sluipschutters dodelijk (in zijn rug?) getroffen. De 'Westlander' verloren hiermee een buitgewoon fanatieke strijder die als voormalig commandant van Dachau (hij werd wegens wreedheden overgeplaatst!) bij de SS carriere had gemaakt. Daarnaast was Wäckerle berucht om zijn agressieve doorbraak op de Grebbeberg in mei 1940. Wäckerle werd begraven op het landgoed Slowida. Ter represaille voor zijn dood werd de 7.Kompanie van 'Westland' van SS-Hauptsturmführer Herbert Vollmer de volgende middag ingezet om 'vergeltungsfeuer' te leggen op het dorp waar de sluipschutters zich zouden verbergen. Het was in deze periode een van de eerste maar zeker niet de laatste oorlogsmisdaden. De "Wiking" maar zeker ook Nederlanders van de "Westland" hebben in de eerste periode deelgenomen aan executies en martelingen van joden en krijgsgevangenen. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar de uitstekende onderzoeken door het Fins nationaal archief waarin met medewerking van Nederlandse onderzoekers ook uitgebreide informatie te vinden is over de deelname van Nederlandse vrijwilligers aan oorlogsmisdaden in de eerste weken na de invasie van de Sovjetunie.

Meer volgt

Propaganda

Kommandeure (commandanten) van 'Westland':

1940

Kommandeur: SS-Standartenführer Hilmar Wäckerle

I. Btl.: Hstuf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Kummer (kia)

III.Btl.: Steinert

NARWA : -


1941

Kommandeur: Standartenführer Hilmar Wäckerle (kia), Standartenführer Diebitsch, Oberführer Arthur Phleps

I. Btl.: Hstuf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Stubaf. Koeller

III.Btl.: Stubaf. Steinert

NARWA : Hstuf. Eberhardt


1942

Kommandeur:: Oberführer Arthur Phleps, Ostubaf. Maack, Ostubaf. Geißler

I. Btl.: Stubaf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Stubaf. Koeller, Stubaf. Steinert (kia)

III.Btl.:

NARWA : Hstuf. Eberhardt


1943

Kommandeur: Ostubaf. Polewacz (kia), Stubaf. Erwin H. Reichel (kia), Ostubaf. August Dieckmann (kia)

I. Btl.: Stubaf. Dr. Freiherr v. Hadeln (kia), Hstuf. Günther Sitter

II. Btl.: Hstuf. Bäuerle, Hstuf. Ziemssen, Hstuf. Walter Schmidt

III.Btl.:

NARWA : Hstuf. Eberhardt (kia), Hstuf. Koop (kia), Hstuf. Grafhorst (kia)


1944

Kommandeur: Ostubaf. Marsell, Stubaf. Ehrath, Ostubaf. Hack

I. Btl.: Hstuf. Walter Schmidt, Hstuf. Heindl

III.Btl.: Hstuf. Oeck, Hstuf. Silberleitner (NARWA vanaf maart 1944 III./Westland)


1945

Kommandeur: Ostubaf. Franz Hack

I. Btl.: Hstuf. Sacher (kia)

II. Btl.: Hstuf. Heindl

III.Btl.: Stubaf. Nedderhof (mia), Hstuf. Schlupp


kia = Killed In Action / Gevallen

mia = Missed In Action / Vermist


01-07-1941, nabij Lemberg, van links naar rechts 'Westland' Kommandeur Staf. Wäckerle, Hstuf. Paetsch (Ic), Hstuf. von Schalburg, Brigf. Steiner (Div. Kommandeur), Hstuf. Ziemssen (Adj. Westland).


Arthur Phleps 'Westland' Regimentskommandeur (links) in '41 and '42 en Divisionskommandeur van 'Prinz Eugen' in '42 en '43 in gesprek met zijn adjudant .


Günther Sitter Kommandeur I./'Westland' en Fritz Hack, de laatste Regimentskommandeur.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Klietmann, Waffen-SS, eine Dokumentation; Strassner, Europäische Freiwillige; Steiner, Die Freiwilligen; Stein, Geschichte der Waffen-SS; In 't Veld, De SS en Nederland. J. Vincx, 5. SS Pantserdivisie 'Wiking'.



  Tekst: EM © 2000 - 2020 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.