|
Op 25-05-1940, nog voordat het Duitse burgerlijke bestuur in Nederland werd gevestigd, verzekerde de Reichsführer-SS Heinrich Himmler zich al van de vestiging van de SS-autoriteiten in het bezette Nederland. Het Nederlandse grondgebied, in de SS aangeduid als SS-Oberabschnitt Nordwest, werd geleid door de Höhere SS- und Polizei Führer Nordwest (HSSPF) Hanns Albin Rauter. Zijn macht strekte zich in deze hoedanigheid uit over alle SS-autoriteiten en SS-eenheden in Nederland. Daarnaast nam Rauter ook een belangrijke positie in binnen het bestuur van Nederland. Toen Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart zijn werkzaamheden in Nederland begon, werd hij door vier Generalkommissare geassisteerd. Deze vier Kommissare hadden ieder een eigen specifieke taak binnen het bestuur van Nederland: F. Wimmer voor Verwaltung und Justiz, H. Fischöck voor Finanz und Wirtschaft, F.Schmidt voor zur besonderen Verwendung en Hanns Rauter werd aangesteld als de Generalkommissar für das Sicherheitswesen. Op papier was Rauter in deze functie ondergeschikt aan Reichskommissar Seyss-Inquart, maar in de praktijk werd hij als HSSPF in alle opzichten direct door Himmler aangestuurd.
De Nederlanders waren als 'germaans broedervolk' interessant voor de SS. Er kon een Nederlandse SS worden opgericht en de Waffen-SS zag mogelijkheden om Nederlandse vrijwilligers te gaan werven. Himmler zorgde er met de oprichting van Ergänzungsstelle "Nordwest" (wervingsbureau) op 01-07-1940 en een SS- und Polizeigericht dan ook voor dat Rauter veel macht kreeg. Daarnaast gaf de Reichsführer-SS zijn organisatie in het nieuwe gebied een militaire ruggegraat door twee Duitse SS-Totenkopf-Standarten (de 4. en 11.Standarte vanaf november 1940 de 4. en de 14.Standarte) in Den Haag en Zandvoort te legeren. In april 1941 werden zij in verband met de geplande aanval op de Sovjetunie vervangen door reserve eenheden van de SS-Polizei-Division. Deze laatste formatie werd in 1942 ook wel als SS-Panzer-Grenadier-Ausbildungs- und Ersatz Bataillon aangeduid.
In januari 1941 wilde Himmler zijn organisatie in Nederland verbeteren door middel van het aanstellen van een Befehlshaber der Waffen-SS in den Niederlanden. Deze diende zich in te zetten voor een betere communicatie met andere organisaties, voor de zaken m.b.t. bewapening, opleiding, enzovoort. De Befehlshaber der Waffen-SS was ondergeschikt aan Rauter waar het de inzet van in Nederland gelegerde Waffen-SS troepen betrof. Op 17-08-1942 telde de Waffen-SS in Nederland volgens een opgave van het SS-Führungshauptamt de volgende eenheden:
- De Befehlshaber der Waffen-SS in den Niederlanden met diens Stab gevestigd te Apeldoorn
- SS-Ersatz-Bataillon "Germania" te Apeldoorn
- SS-Infanterie-Geschütz-Ersatz-Bataillon te Ede
- SS-Panzerjäger-Ersatz-Abteilung te Hilversum
- Ersatz SS-Polizei-Schützen-Regiment 1 te Ede
- Ersatz SS-Polizei-Schützen-Regiment 2 te Den Bosch
- Ersatz SS-Polizei-Schützen-Regiment 3 te Weert
- SS-Polizei-Artillerie-Ersatz-Abteilung te Amersfoort
- SS-Polizei-Nachrichten-Ersatz-Kompanie(en?) te Apeldoorn
- SS-Polizei-Panzerjäger-Ersatz-Kompanie te Vught
- SS-Wachbataillon "Nordwest" te Den Haag (alleen de staf)
De functie van Befehlshaber der Waffen-SS werd anderhalfjaar vervuld door verschillende personen, waaronder SS-Gruppenführer Kurt Knoblauch, SS-Standartenführer Alfred Karrasch (feb.'42-eind mei'42), SS-Obersturmbannführer Willy Fortenbacher (eind mei'42- juni'42). Vanaf 11-06-1942 nam Karl Maria Demelhuber het stokje over. Alhoewel Rauter ook Demelhuber weinig macht gaf, probeerde de nieuwe Befehlshaber der Waffen-SS toch bepaalde zaken voor zichzelf op te eisen. Rauter hield zijn poot echter stijf. Toen Demelhuber in november 1944 vertrok, kwam er geen plaatsvervanger meer.
|