Het propagandamiddel Storm

Een van de meest belangrijke middelen waarmee de SS in Nederland haar invloed probeerde te vergroten en de SS gedachte trachtte te verspreiden, was het weekblad Storm (beter bekend als Storm-SS). Op initiatief van Henk Feldmeijer, Nico de Haas en Reinier van Houten, allen geëngageerde SS'ers, werd een nieuw tijdschrift aangeboden. De inhoud van het magazine, eigenlijk een opinieblad, was niet specifiek gericht op SS'ers, maar op een breed publiek. Het was de bedoeling dat vooral buitenstaanders geïnteresseerd zouden raken in het gedachtengoed van de SS. Op 11 april 1941 verscheen het blad, gedrukt bij De Arbeiderspers, in Nederland voor de eerste keer: voor 10 cent kon men een exemplaar aanschaffen.

Onder de eerste redacteur Nico de Haas (zie foto) werden er in Storm originele en bekwaam geschreven artikelen gepubliceerd. De strikte SS-doctrine werd niet verloochend, maar werd met het oog op de brede doelgroep veel minder benadrukt. In de praktijk betekende dat de voor de meeste mensen saaie artikelen over Germaans bloed, Germaanse rituelen, enzovoort, niet in Storm werden opgenomen. In dit opzicht verschilde het nieuwe blad enorm met de SS-Vormingsbladen en de Germanische Leithefte die wel specifiek voor de SS-man verschenen.

Storm drukte moderne fotoreportages af van actuele zaken waarvan de strijd van de Nederlandse vrijwilligers aan het Oostfront één van de voornaamsten was. De auteurs van de artikelen stelden de misstanden in het vooroorlogse Nederland aan de kaak en gaven hun indrukken van de oorlog. Deze indrukken werden ondermeer verwoord in een nieuw soort poëzie: het Oostfrontgedicht, dat naast de algemene nationaal-socialistische aspecten gekenmerkt werd door een nationaal-socialistische visie op het thema dood en vergankelijkheid. Verder was Storm rijkelijk gevuld met de groot-Germaanse en sterk antisemitische artikelen niet. Daarnaast werden afwijkend denkende schrijvers en kunstenaars in felle artikelen openlijk geïntimideerd en bedreigd. Storm viel mede hierdoor vooral in de smaak bij het zogenaamde collaboratie-milieu. Verder werden er grote aantallen van het blad naar de Nederlandse vrijwilligers aan het Oostfront gezonden. Omdat deze zendingen vermoedelijk werden bekostigd door de Waffen-SS kon Storm, verzekerd als het was van een grote afname, financieel zelfstandig bestaan.

Aanvankelijk werden in Storm de tegenstellingen tussen de Diets/Groot-Nederlandse denkende NSB en de Groot-Germaans denkende Nederlandsche SS op de achtergrond gehouden. Onder redactie van Nico de Haas viel er zo nu en dan slechts een licht oppositionele toon tegen de NSB te bespeuren. Men zou kunnen zeggen dat Storm de nog relatief gematigde koers van de aan de NSB gebonden Nederlandsche SS volgde. De Haas wist de Diets denkende NSB'ers in toom te houden door bij het uiten van Groot-Germaanse gedachten te benadrukken dat de gedachte van een Groot-Duitsland niet betekende dat Nederland zijn eigen karakter moest prijsgeven. Hetgeen een van de belangrijkste bezwaren van de Dietse stroming was. Ook viel zijn werk blijkbaar in de smaak bij Heinrich Himmler: deze bevorerde De Haas op 17 mei 1942 persoonlijk tot Untersturmführer (in mei 1944 zou hij nog de rang van Obersturmführer bereiken).

De periode onder De Haas die zich kenmerkte door een gematigde toon veranderde toen hij eind 1942 als hoofdredacteur werd vervangen door SS-onderstormleider Han W. van Etten. Waarom De Haas niet langer aan het roer van Storm bleef staan, is niet helemaal duidelijk. Zelf beweerde hij in zijn 'Rapport over Hamer' (1943) dat zijn werkzaamheden voor het zowel in Nederland als Vlaanderen verschijnende tijdschrift Hamer prioriteit dienden te krijgen. Een andere mogelijke verklaring voor het plotselinge vertrek van De Haas is te vinden in het werk van historicus De Jong. Kon De Haas' matigende toon al niet op ieders sympathie rekenen, zijn onverbloemde aanvallen op de kerken alarmeerden zelfs het Reichskommissariat, waar men ze zag als een voedingsbodem voor maatschappelijke onrust. Vooral Reichskommissar Seyss-Inquart maakte zich grote zorgen over de potentiële onrust die De Haas hiermee kweekte. Om hier een einde aan te maken zou men hebben besloten De Haas te vervangen door Van Etten.

Onder invloed van Van Etten kreeg Storm net als Das Schwarze Korps, het blad voor de Duitse SS, in toenemende mate een kritische toon. Met hulp van de radicale Rost van Tonningen en de voorman der Nederlandsche SS Feldmeijer werden de artikelen meer en meer voorzien van zinsneden waarin het functioneren van Anton Mussert werd bekritiseerd. Zowel Musserts persoon als zijn politiek werden met enige regelmaat op de hak genomen. Alhoewel dit alles slechts tussen de regels door viel op te lezen, was de boodschap voor de gemiddelde lezer meer dan duidelijk. De oplage van Storm steeg vanaf 1943 aanzienlijk, mede door de meer of minder verhulde aanvallen op de officiële Nederlandse instanties. Bovendien was er in de herst van 1943 een nieuwe grote afnemer gekomen. Net als de Waffen-SS kocht ook het Nederlandse Arbeidsfront grote aantallen in. Gemiddeld werden door deze organisatie per week 10.000 exemplaren naar de Nederlandse arbeiders in Duitsland gezonden. In de zomer van 1944 telde Storm 7.000 abonnees en werden er 17.000 exemplaren via de losse verkoop afgezet.

Van Etten was in dat opzicht succesvol; zijn kritische toon leek in de smaak te vallen. Met het distantiëren van de NSB hoopte Storm een deel van het Nederlandse volk voor zich te winnen. De gemiddelde Nederlander had een hekel aan de NSB en daar hoopte het blad op in te kunnen spelen. Van Etten sloeg de plank echter behoorlijk mis. De meeste Nederlanders hadden niets op met de NSB, maar nog minder met de SS. De stille hoop dat men een groot deel van het Nederlandse volk voor het karretje van de SS kon spannen, bleek allesbehalve realistisch. De groei van de oplage leek dan ook niet te danken aan het aantal 'gewone' Nederlanders dat Storm las, maar meer aan de aantallen SS'ers en NSB'ers die op de hoogte wilden blijven van de onderlinge richtingenstrijd. Alhoewel de oplage steeg, werd het doel waarvoor Storm aanvankelijk was opgericht, namelijk buitenstaanders interesseren voor het SS gedachtengoed, daardoor niet gehaald.

De opmars van de Geallieerde legers had ook voor Storm grote gevolgen. In september 1944 werd het redactiekantoor verplaatst van Amsterdam naar Groningen en werd Nico de Haas weer aangesteld als redacteur. Alhoewel De Haas zichzelf binnen de SS als bijzonder evenwichtig typeerde, leek zijn rentree vooral te danken aan zijn roem als ideoloog van het geweld. In april 1945 ging tenslotte tijdens de hevige strijd in de binnenstad van Groningen het redactiekantoor in vlammen op. De Haas had, nadat hij het laatste nummer van Storm te verschijnen op 4 mei 1945, persklaar had gemaakt, toen reeds de benen genomen. Hij zou na de oorlog weer opduiken in Indochina en Algerije, ditmaal in dienst van het Franse Vreemdelingenlegioen.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Havenaar, Anton Mussert; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland; De Jong, dl. 6 Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, De Jonge, Het Nationaal-Socialisme in Nederland; In 't Veld, De SS en Nederland; Storm SS; Van den Boogaard, Een stoottroep in de letteren; De Vries, Volk en Vaderland.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.