Meinoud Rost van Tonningen

De rol van Meinoud Rost van Tonningen met betrekking tot de Waffen-SS in Nederland is bijzonder belangrijk geweest. Samen met Henk Feldmeijer richtte hij in 1939 de Mussert-Garde op. Deze paramilitaire jeugdorganisatie van de NSB ontpopte zich als een soort pré-SS. De fundamenten waarop later de Nederlandsche SS en de werving voor Nederlandse vrijwilligers voor de Waffen-SS waren met de oprichting van de Mussert-Garde geplaatst.

Meinoud werd op 19 februari 1894 geboren in Soerabaja Nederlands Indië. Als zoon van generaal Rost van Tonningen die zich had onderscheiden in de strijd op Lombok, Atjeh en Bali ontwikkelde hij al vroeg een interesse voor militaire zaken. In 1909 keerde het gezin Rost van Tonningen terug naar Nederland (Rost was toen vijftien jaar). Drie jaar later begon Meinoud aan een studie om ingenieur te worden. Verder dan het behalen van zijn propaedeuse kwam hij niet. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en samen met studiegenoot Anton Mussert meldde hij zich aan als vrijwilliger. De hel van de loopgravenoorlog ging gelukkig aan het neutrale Nederland voorbij. Rost wist echter wel de rang van reserve-eerste-luitenant der artillerie te bereiken.

Vervolgens begon hij aan een studie rechten in Leiden. In deze stad ontmoette hij zijn eerste vrouw: Mary Gordon Hasselbach. In 1921 studeerde Rost af. In 1923 werd Rost door A.R. Zimmerman, commissaris namens de Volkenbond in Oostenrijk, aangenomen. Zijn taak bestond uit het controleren van de 'boekhouding van Oostenrijk'. Zijn verblijf in Wenen deed Rosts haat tegen joden en communisten sterk groeien. Met Zimmermann wisselde hij niet zelden antisemitische en anticommunistische gedachten uit. Op 17 januari 1924 trad Rost in het huwelijk met Mary Gordon Hasselbach. Tot 1928 zouden zij in Wenen blijven wonen.

Na een driejarig verblijf in Amsterdam, waar hij zich opnieuw ergerde aan de aanwezigheid van joden en communisten, kon Rost opnieuw een baan bij de Volkenbond in Wenen krijgen. Ditmaal ging het om de prestigieuze functie van vertegenwoordiger van de Volkenbond. Rost kon zich in Wenen volledig uitleven. Hij raakte onder de indruk van de politiek van Dolfuss en verkeerde meer en meer in nationaal-socialistische kringen. In de zomer van 1936 hield Rost het voor gezien bij de Volkenbond. Als sterk voorstander van een Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland had hij als vertegenwoordiger van de Volkenbond echter wel een zeer gunstig beeld van het land geschetst. Hiermee vergemakkelijkte hij de latere Anschluss.

Op 7 augustus 1936 begon een nieuwe periode in Rosts leven: hij scheidde niet alleen van zijn vrouw hij werd ook nog eens lid van de NSB. De radicale Rost koos voor de NSB in plaats van de NSNAP of het Zwart Front omdat hij daar de beste vooruitzichten had. Hij hoopte de NSB te kunnen gebruiken voor de oprichting van een eigen nationaal-socialistische beweging. Mussert was aanvankelijk erg blij met de toetreding van deze celebrity. De blijdschap zou echter spoedig overslaan in een gevoel van wantrouwen. Rost ontwikkelde zich tot onvrede van Mussert tot een uiterst radicale nationaal-socialist. Een ander lid van de NSB: jonkvrouwe Julia op ten Noort bracht Rost in contact met hoogeplaatste Duitse nazi's. In maart 1937 ontmoette hij Reichsführer-SS Heinrich Himmler voor het eerst. De beide heren deelden hun verlangen naar een vereniging van alle germaanse volkeren in een groot-Germaans rijk. Rost had kennelijk een goede beurt gemaakt, in augustus mocht hij zelfs bij Hitler op de thee.

Op andere gebieden maakte Rost minder snel vrienden. Ondanks de ideologische afstand die tussen NSB-leider Mussert en Rost bestond, vertegenwoordigde de laatste wel de NSB in de Tweede Kamer. Als volksvertegenwoordiger blonk Rost uit in het ruziemaken met andere kamerleden. Zo werd de enige vechtpartij ooit in de Tweede Kamer, door hem uitgelokt. Rost kreeg direct na zijn toetreding tot de Beweging middels 'Het Nationale Dagblad' de gelegenheid zijn radicale ideeën te uiten. Hij had als hoofdredacteur de leiding over deze NSB-krant gekregen en daar maakte hij ruimschoots gebruik van. In 'Het Nationale Dagblad' verschenen regelmatig zeer antisemitische en Groot-Germaans getinte artikelen. Alhoewel de krant bedoeld was om de NSB idealen te propageren, werd 'Het Nationale Dagblad' slechts een persoonlijke spreekbuis van Rost.

Zijn radicaal nationaal-socialistische houding zorgde er voor dat hij veel vijanden binnen de NSB had. Toch radicaliseerde de NSB mede door de toetreding van Rost. De Beweging werd langzamerhand meer volkser, antisemitisch en Duitsgezind. De positie van Rost werd dan ook steeds belangrijker. Dat betekende echter nog niet dat zijn macht die van Mussert oversteeg. Pogingen om via de arbeidersbewegingen de macht naar zich toe te trekken, mislukten. Op het gebied van de jeugd was Rost ook al niet succesvol. In 1939 richtte hij samen met Feldmeijer de Mussert-Garde op. Deze paramilitaire jeugdorganisatie diende de in Rosts ogen veel te gematigde Nationale Jeugdstorm (jeugdorganisatie van de NSB) te vervangen. De leden zagen echter vooral Feldmeijer als hun leider waardoor Rost opnieuw achter het net viste.

Rost en Feldmeijer waren beide zeer SS-gezind. De bloed- en bodemtheorie, de groot-Germaanse gedachte en het uitgesproken antisemitisme waren allen in hun poltieke visie vertegenwoordigd. Rost was er met de oprichting van de Mussert-Garde zonder dat hij dat besefte wél in geslaagd om een soort pre-SS in Nederland van de grond te krijgen. De Mussert-Garde vertoonde namelijk, zoals bedoeld, grote overeenkomsten met de SS in Duitsland. De manschappen werden politiek en militair geschoold en joden mochten geen lid worden. Toen in 1940 de Nederlandsche SS (Nederlandse variant van de Allgemeine SS) werd opgericht, kon men profiteren van een zeker SS klimaat dat de Mussert-Garde al tot stand had weten te brengen. De Mussert-Garde ging dan ook volledig op in de Nederlandsche SS. Hiermee had de SS-gezinde Rost achteraf bezien toch nog een succes behaald.

Begin mei 1940 werd Rost samen met nog twintig 'staatsgevaarlijke' personen geïnterneerd door de Nederlandse regering. In Calais werd hij door de Wehrmacht bevrijd. Zonder dat hij het wist, was hij ternauwernood aan de dood ontsnapt. Prins Bernhard zou op de terugtocht naar het zuiden alle 21 hebben willen laten doodschieten. Het feit dat Rost in tegenstelling tot Mussert gevangen was gezet, werkte sterk in zijn voordeel. Het leverde hem na terugkeer in het inmiddels gecapituleerde Nederland een soort heldenstatus op die de NSB-leider niet had. Toen hij eerder dan Mussert werd uitgenodigd voor een gesprek met de bezetter leek Rost de hoogste man binnen de NSB te zijn geworden.

Negen dagen eerder dan NSB-leider Mussert werd Rost op de hoogte gesteld van de plannen die de SS met Nederland had. Er diende in Nederland een Allgemeine SS te worden opgericht en er moesten Nederlandse vrijwilligers worden geworven voor de nieuwe Waffen-SS divisie 'Wiking'. De Nederlanders zouden hun 'eigen' SS-Standarte krijgen met de naam 'Westland'. Rost was over dit alles zeer enthousiast en hij beloofde aan Himmler en Berger zijn volledige medewerking. Om het nationaal-socialisme in Nederland te bevorderen kreeg Rost de opdracht om via de jeugd, de vrouwen, de boeren en de arbeiders te verenigen in nationaal-socialistische verenigingen. Aangezien hij hierin faalde, werd en bleef Mussert de belangrijkste marionet van de SS en de bezetter.

Rost was uiteraard zeer teleurgesteld. Zijn SS-huwelijk met Florentine Sophie 'Florrie' Heubel op 21 december 1940 veranderde dit niet. Hij meende dat nog slechts één ding kon doen: toetreden tot de Waffen-SS. Zijn verzoek in februari 1941 om dienst te nemen bij SS-Standarte 'Westland' werd echter niet gehonoreerd. Alhoewel het voor zijn huwelijk geen probleem bleek, was zijn vermeende Indische bloed dat wel bij een lidmaatschap van de SS. Rost kon nog geen duidelijke stamboom presenteren die het tegendeel bewees. Bovendien kreeg hij van Mussert geen toestemming om dienst te nemen. Feldmeijer daarentegen werd de voorman van de Nederlandsche SS waardoor Rost ook op dit gebied terrein verloor.

Na de Februari-staking had de bezetter behoefte aan een nieuwe handlanger op economisch gebied. Men wilde meer controle over de Nederlandse economie. Mede op grond van zijn werk in Wenen werd Rost voor een belangrijke functie binnen de Nederlandsche Bank benaderd. Aanvankelijk nam Rost de functie van president van de Nederlandsche Bank op zich, later werd hij secretaris-generaal. In juni 1942 werd Rost president van de Nederlandse Oostcompagnie (NOC). Hij had tot taak de Nederlandse bijdrage aan de kolonisatie van 'Ostland' (Baltische Staten+ de Oekraïne) te coördineren. Vanuit Nederland was er echter weinig animo voor de kolonisatie waardoor de NOC mislukte.

Na de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 meldde Rost zich opnieuw bij de Waffen-SS. De selectiecriteria waren inmiddels versoepeld zodat zijn verzoek werd ingewilligd. In de periode 22 juni en 8 augustus werd Rost tot officier (SS-untersturmführer der reserve) opgeleid bij het eerste bataljon van Landstorm Nederland. Halverwege maart 1945 vertrok hij naar het front bij de Betuwe. Op 8 mei 1945 werd hij, inmiddels Obersturmführer, door de Canadezen gevangen genomen.

Rost wordt ondervraagd door de Canadees Bruno Vannier
Na zijn arrestatie is hij door de Canadezen verhoord waarna hij werd overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen. Aldaar is Rost volgens velen meerdere malen gefolterd. Zo zou hij gedwongen zijn om tonnen menselijke ontlasting trap op en af te tillen. Verder zou hij zijn rondgesleurd nadat men hem een touw aan zijn geslachtsdelen had vastgebonden. Uit pure wanhoop zou hij op 5 juni zelfmoord hebben gepleegd door over de ballustrade van de trap naar beneden te springen. De omstandigheden waaronder dit plaatsvond, zijn echter nooit opgehelderd waardoor niet kan worden uitgesloten dat men hem een handje heeft geholpen. Tot haar dood in 2007 hield zijn weduwe (beter bekend als 'de zwarte weduwe') de herinnering aan Rost levend. Zij organiseerde nog altijd politiek geaarde bijeenkomsten daarnaast verspreidde zij nationaal-socialistisch lektuur.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Barnouw, Rost van Tonningen: fout tot het bittere eind; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; Havenaar, Anton Adriaan Mussert; In 't Veld, De SS en Nederland; De Jonge, Het Nationaal-Socialisme in Nederland; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.