Radicalisering binnen de NSB

Het ideologische vacuŁm in de NSB werd vanaf het einde van 1934 in toenemende mate gevuld door de ideeŽn van de radicalen binnen de Beweging. Mussert moest met lede ogen toezien hoe de aanhang steeds Duitsgezinder, antisemitischer en racistischer van karakter werd. Alhoewel dit proces al eerder op gang was gekomen, vond in 1934 een duidelijke kentering plaats.

Velen binnen de NSB gelederen die in het begin van de jaren dertig grote bewondering hadden voor de politiek van Mussolini raakten vanaf het moment van Hitlers MachtŁbernahme in toenemende mate onder de indruk van de dynamiek en daadkracht van het FŁhrer-regime. Daarnaast klonken er meer en meer antisemitische geluiden uit zowel de achterban als het kader van de NSB. Alhoewel Mussert en Van Geelkerken de 'on-Nederlandse' antisemitische en racistische paragrafen uit het programma van de NSDAP in 1931 niet hadden willen overnemen, werden zij nu een deel van de achterban daarom vroeg, gedwongen om enige concessies te doen.

Stap voor stap werden de joden een mikpunt van het negativisme van de partij. Mussert ging in 1934 akkoord met een tweetal maatregelen die de verschuiving binnen de NSB duidelijk illustreren. In maart keurde hij de uitgave van 'Brochure 4' goed; in deze brochure liet de Beweging het punt om principieel geen onderscheid te maken tussen joden en niet-joden, vallen. Aan het einde van het jaar deed Mussert de volgende concessie aan de radicalen: het werd eind 1934 voor joden onmogelijk een functie binnen de NSB te bekleden. Daarnaast verschenen in 'Volk en Vaderland' al vanaf mei 1933 steeds meer openlijke aanvallen op de joden.

Mussert was aanvankelijk met de toenemende Duitsgezindheid noch met het opkomende antisemitisme in de NSB gelukkig. De NSB-leider had altijd al een zekere beduchtheid ten opzichte van Duitsland en in het bijzonder Hitler gevoeld. Alhoewel Mussert de aanpak van het werkloosheidsprobleem in Duitsland bewonderde, konden niet alle maatregelen zich in de waardering van de NSB-leider verheugen. Mussert sprak openlijk zijn afkeuring uit over de 'Nacht van de Lange Messen' in juli 1934 waarbij een deel van de SA-top was geliquideerd. Daarnaast had Mussert tot dan toe altijd benadrukt dat er binnen de NSB geen plaats was voor de rassenleer en het antisemitisme, die in het programma van de NSDAP juist een centrale plaats innamen.

De geleidelijke verandering die eind 1934 met de uitsluiting van joden voor functies binnen de NSB was ingezet, kon ondanks Musserts bezwaren toch doorzetten. De NSB-leider, gefixeerd op een verdere groei van de NSB, kon de geluiden uit een deel van de achterban onmogelijk negeren. Mussert twijfelde over de vraag of een radicalere NSB de Beweging meer leden en stemmen zou opleveren. In 1935 raakte de radicalisering van de Beweging in een stroomversnelling. De artikelen in 'Volk en Vaderland' waren weinig verhullend, de redactie ging over tot een ware antisemitische campagne. Bovendien verscheen in dat jaar binnen de NSB en dus ook in 'Volk en Vaderland' een nieuwe radicale ontwikkeling aan de oppervlakte. In navolging van het antisemitisme werd ook de rassenleer van de NSDAP een punt van aandacht binnen de Beweging. 'Volk en Vaderland' schaarde zich in september 1935 achter de Duitse Neurenberger Wetten. Alhoewel deze volgens het blad in Nederland niet nodig waren, moesten ze wel worden toegepast op in Nederland wonende Duitse joden.

De 'on-Nederlandse' punten leken dus eind 1935 toch definitief de NSB binnen te dringen. De afkeer van het communisme was een punt in de NSB-politiek dat ongewijzigd bleef. De anticommunistische artikelen in 'Volk en Vaderland' bleven dan ook met grote regelmaat verschijnen. Mussert gaf de marxisten (een term die Mussert plakte op alles wat hem tegenstond) vrijwel overal de schuld van. De NSB-leider schreef: 'nooit zal een volledige heropbouw mogelijk zijn, zoolang niet het marxisme is uitgeroeid als in ItaliŽ' (Volk en Vaderland 14-01-1933). Racisme, antisemitisme, anticommunisme; het was allemaal aanwezig in de NSB.

De licht gewijzigde koers sloeg desalniettemin aan in Nederland. De Statenverkiezingen in april 1935 wezen uit dat de NSB opnieuw kon rekenen op een grotere steun. De verkiezingen leverden de Beweging 7,91% van de stemmen, ofwel 44 van de 535 zetels op. Mussert was met deze unieke prestatie een tevreden man, maar hij wilde meer. De overtuiging dat de NSB binnen enkele jaren de macht zou kunnen krijgen, leefde meer dan ooit bij de NSB-leider. Een meer internationaal accent in de redevoeringen van de NSB kopstukken zou de formatie van de nu 'onvermijdelijke' regering-Mussert bespoedigen, zo meende de NSB-leider. Mussert benadrukte in het vervolg dan ook de solidariteit tussen de aan de NSB verwante Bewegingen in Europa. De meest beruchte toespraak van de NSB-leider met een dergelijk karakter vond plaats op 6 juli 1935. Mussert kende de NSB de taak toe ' (...) het Nederlandsche volk in de rijen der Europeesche naties mee te doen marcheeren.' Deze openlijke steunbetuiging aan de autoritaire regimes in Europa viel bij de meeste Nederlanders vanzelfsprekend in slechte aarde. Met een volgende gelijksoortige politieke uiting op de landdag van 12 oktober 1935 deed Mussert opnieuw veel stof opwaaien . Hij sprak openlijk zijn goedkeuring uit over de Italiaanse invasie in AbessyniŽ (EthiopiŽ), negen dagen eerder. De steun van de NSB aan het, in Nederland algemeen veroordeelde, Italiaanse geweld werd met grote verontwaardiging ontvangen. De fascistische/nationaal-socialistische groeperingen in Nederland konden zich beter vinden in de woorden van Mussert.

De NSB hoopte dan ook de fascistische en nationaal-socialistische elementen in de Nederlandse samenleving naar de Beweging te trekken. Mussert had met zowel de toelating van de toenemende antisemitismering als de steun aan geestverwante buitenlandse organisaties nog een groter doel voor ogen. De geleidelijke politieke zwenking van de NSB had alles te maken met een bewuste toenadering tot Duitsland. De in 1934 ingezette radicalisering van de Beweging drukte vanaf medio 1935 een steeds duidelijker stempel op de NSB-politiek. Het was deze ontwikkeling die ook de toenadering tot Duitsland in een stroomversnelling bracht. De aanhangers van deze radicale stroming in de Beweging noemden zichzelf 'volks', waarmee gerefereerd werd aan de Duitse term 'vŲlkisch'. De 'volksen' waren sterk Duits georiŽnteerd en maakten er geen geheim van grote voorstanders te zijn van de antisemitische en racistische bloed- en bodemtheorieŽn van de NSDAP in Duitsland.

Alhoewel Mussert tot dan toe getracht had deze 'on-Nederlandse' punten buiten de NSB te houden, leek de Leider halverwege 1935 dus tot een ander inzicht te zijn gekomen. De verklaring voor deze opmerkelijke wijziging van het beleid lag wellicht in het onbegrensde politieke opportunisme van de NSB-leider. Het grote succes van de Statenverkiezingen in 1935 had hem hoop gegeven om binnen afzienbare tijd de macht in Nederland naar de NSB toe te kunnen trekken. Daarvoor diende de Beweging echter nog wel aanzienlijk te groeien. Mussert dacht dit te realiseren door openlijk sterke toenadering te zoeken tot ItaliŽ en Duitsland in het bijzonder. De woorden met betrekking tot de Italiaanse inval moeten als eerste stap in dit kader worden gezien. Een vriendschappelijke band met ItaliŽ en vooral Duitsland, gecombineerd met grote overeenkomsten in de politieke ideeŽn, moest genoeg zijn om de laatste stap naar de NSB-regering te zetten. De ernstige bezwaren die de Leider aanvankelijk had tegen een aantal aspecten van de NSDAP, die de 'volksen' nu juist wel wilden gebruiken, werden eenvoudigweg terzijde geschoven. In Duitsland waren de punten die Mussert als bezwaarlijk had beschouwd en eigenlijk nog beschouwde, een belangrijk deel van het succes dat de nazi's behaalden.

Mussert stapte vrij eenvoudig over zijn bezwaren heen omdat het resultaat van het verkondigen van enkele van de in Duitsland zo succesvolle 'volkse' ideeŽn in zijn optiek nu eenmaal belangrijker was dan deze principiŽle punten. De 'volkse' ideeŽn drongen toch al relatief gemakkelijk tot de NSB politiek door omdat het negativisme van de NSB en het gebrek aan een bepaalde ideologie een vacuŁm hadden opgeleverd, dat nu gevuld werd door de 'volkse' bloed- en bodemtheorie.

Mussert maakte zich achter de schermen zorgen over de ontwikkelingen die hij zelf mede met zijn goedkeuringen en uitspraken had versneld. Alhoewel de NSB-leider de 'volkse' ideeŽn toeliet in de NSB, kon hij zich eigenlijk nooit helemaal vinden in de radicale plannen. Het begrip 'volks' had voor Mussert een betekenis die sterk afweek van die van de 'volksen' zelf. De NSB-leider bedoelde met 'volks': behorend tot dezelfde staatkundige eenheid, waarin alle mensen van ťťn volk verenigd waren. De bloedband tussen alle Germanen die de 'volksen' met de term 'volks' in verband brachten, speelde bij Mussert geen rol. Het radicaliseringproces dat Mussert door zijn politieke opportunisme mede in gang had gezet, was echter onomkeerbaar. De NSB had landelijk de naam van een gematigde antidemocratische partij onder leiding van een gerespecteerde, fatsoenlijke burger, definitief verspeeld.

Binnen de Nederlandse samenleving werden er diverse initiatieven genomen om de NSB in een kwaad daglicht te stellen en van stemmen te beroven. De publieke opinie keerde zich grotendeels tegen de NSB. Kerken, vakbonden en diverse speciaal opgerichte actiegroepen spanden zich volop in om de Nederlander bewust te maken van het 'nationaal-socialistische' gevaar. Een deel van de Nederlandse pers ondernam in dit kader een felle anti-NSB campagne. De Beweging verloor vervolgens, zoals bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1937 zou blijken, ongeveer de helft van de stemmen. Ook zegden vele NSB'ers hun lidmaatschap op. Het betrof hier voornamelijk lieden die enkel uit ontevredenheid lid waren geworden van een Beweging die zich in ruime mate bediende van negatieve retoriek. Zij die de NSB wel trouw bleven, waren overwegend personen die de afgelopen jaren hadden aangedrongen op de zich nu voltrekkende radicalisering of die zich daar stilzwijgend bij hadden neergelegd. Tot grote vreugde van de 'volksen' zette de radicalisering zich juist door het maatschappelijke isolement in een nog snellere vaart voort. De radicalisering waarmee de laatste stap naar een NSB-regering gezet zou moeten worden, leidde tegen de verwachtingen in tot een politiek debacle. Een weg terug was er echter niet meer; de radicalisering zette zich voort.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) R. Havenaar, Anton Adriaan Mussert; R. Havenaar, De NSB tussen nationalisme en volkse solidariteit; J. Meyers, Mussert een politiek leven; D. Barnouw, Rost van Tonningen; L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.