Algemeen   Oprichting SS Brigade 'Nederland'   Krijgsgeschiedenis

De geschiedenis van de SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Division 'Nederland'

In april 1943 werd het Freiwilligen Legion Niederlande van het front terug getrokken en naar Truppenübungplatz Grafenwöhr in Noord-Beieren getransporteerd. Aldaar werd het Freiwilligen Legion Niederlande, net als de andere Germaanse legioenen gereorganiseerd en vervolgens officieel opgeheven. De voormalige Germaanse Legionen zouden namelijk de kern gaan vormen van het nieuwe III.(germanisches) SS-Panzerkorps. De Scandinavische vrijwilligers werden over het algemeen opgenomen in de 11.SS-Frw.Pz.Gr.Division 'Nordland' en de Nederlanders kregen een 'eigen' gemotoriseerde Brigade, de 4.SS-Frw.Pz.Gr.Brigade 'Nederland'. Deze kersverse eenheid van de Waffen-SS kreeg bovendien de beschikking over een eigen veldhospitaal: SS-Feldlazarett Freiwilligen Legion 'Nederland' (vanaf februari 1944: SS-Lazarett 'Niederländische Ambulanz').

De voormalige legionairs, versterkt met nieuwe Nederlandse vrijwilligers en Volksdeutsche rekruten uit ondermeer Roemenië werden begin september 1943 als onderdeel van het III.(germanisches) SS-Panzerkorps per trein naar Kroatië verplaatst waar het Korps voorbereid zou moeten worden op de inzet aan het Oostfront. De Brigade 'Nederland' werd rond Oroslavje en Donja Stubica net boven Agram (Zagreb) ingekwartierd. Een van de eerste taken was de ontwapening van Italiaanse eenheden die na de oproep van Maarschalk Badoglio de wapens hadden neergelegd en zich aan geallieerde zijde hadden geschaard.

Een andere belangrijk taak bestond uit het beveiligen en openhouden van belangrijke (spoor)wegen van en naar Agram. In Kroatië woedde een hevige partizanenoorlog waarbij de Duitse strijdkrachten door hinderlagen, de vernietiging van infrastructuur, etc. gevoelige verliezen leden. Het was dan ook bijna vanzelfsprekend dat het aanwezige III.(germanisches) SS-Panzerkorps werd ingezet in de jacht op de lieden die hiervoor verantwoordelijk waren, de partizanen van Tito. Deze guerrilla oorlog bracht de meest verschrikkelijke eigenschappen van de mens naar boven. In een niets ontziende strijd brachten beide partijen gevangengenomen vijanden vrijwel structureel om het leven. Het was onvermijdelijk dat ook de Nederlandse vrijwilligers in het plegen van deze gruwelijkheden werden meegezogen. Een naoorlogse uitspraak van een Nederlandse vrijwilliger illustreert dit treffend:

'als die partizanen werkelijk gesnapt werden ... dan konden ze rekenen op de hoogste boom' (Armando, De SS'ers, p.435.)

Naast de voortdurende strijd tegen de partizanen was er ook tijd voor datgene waarvoor men was gekomen, namelijk oefening en training opdat het Korps met succes aan het Oostfront kon worden ingezet. De Panzergrenadiere oefenden in hun nieuwe camouflagekleding en werden bekend gemaakt met het opereren binnen Brigade verband. Na verloop van tijd werd de Brigade verder versterkt met militairen afkomstig uit de Division 'Wiking'. De Brigade, aangevoerd door SS-Oberführer Jürgen Wagner (op 20-4-1944 bevorderd tot SS-Brigadeführer), kreeg nu de beschikking over twee Regimenter met elk drie Bataillonen:

SS-Freiwilligen Pz.Gren.Rgt.48 'General Seyffardt'
I.Bataillon
II.Bataillon
III.Bataillon

SS-Freiwilligen Pz.Gren.Rgt.49 'De Ruyter'
I.Bataillon
II.Bataillon
III.Bataillon

Ondanks de aanvullingen uit de 'Wiking' was de Brigade half december 1943 nog alles behalve op sterkte. De Panzerjäger Abteilung had een tekort aan geschut, de bemanning van de Flak-Batterie was nog in opleiding, de Aufklärungs Kompanie kon over geen enkele pantserverkenningswagen beschikken, het Artillerie Regiment was nog in opleiding en de motorvoertuigen van de gehele Brigade ontbraken voor circa 90 %.

Ondanks diverse pogingen van Kommandeur Jürgen Wagner om verplaatsing naar het Oostfront op te schorten tot het moment dat het ontbrekende materieel en wapentuig was gearriveerd, kregen de manschappen van 'Nederland' vlak voor Kerst te horen dat de Brigade naar het Oostfront zou vertrekken. Terwijl de Brigade nog onvolledig opgeleid (daarom i.p.v. Brigade ook wel aangeduid als 'Aufstellungsverband Nederland'), bewapend en uitgerust was, moest deze eind december 1943, binnen het III. SS (germanischen) Panzer-Korps onder commando van Felix Steiner, dus toch vertrekken naar het Oosfront en wel naar de Oranienbaumkessel nabij Leningrad.

Oefeningen
Het Rode Leger dreigde daar op grote schaal door te breken waarmee elke versterking van het front welkom was. In het hoge noorden werd de Brigade ingezet bij Oranienbaum (Lomonosov) waar het Rode leger vanaf januari 1944 probeerde door te breken om Leningrad definitief buiten het bereik van de Duitsers te plaatsen. Samen met 11.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Division 'Nordland', 4.SS-Polizei Panzer-Grenadier-Division en enkele Luftwaffe-Feld-Divsionen moest de Brigade op 14 januari 1944 weerstand bieden aan een enorme Sovjet-Russische aanval. Al snel werd duidelijk dat de aanval voornamelijk gericht was op de sector met de relatief zwakke Luftwaffe eenheden. Dit had tot gevolg dat het front zich al snel westwaarts verplaatste. Om een chaos in de Duitse linies te voorkomen, verrichtte de Brigade 'Nederland' een tegenaanval met de Kampfgruppe Rühle, bestaande uit twee Panzer Grenadier Kompanien en een schwere Kompanie. Alhoewel de doorbraak enige tijd stagneerde, kon ook de Kampfgruppe Rühle niet voorkomen dat de Sovjet-Russische aanval een groot succes was. Het Rode Leger wist een verbinding tussen de Oranienbaumkessel en Leningrad tot stand te brengen en daarmee was de omsingeling van de stad doorbroken.

Het III.(germanisches) SS-Panzer Korps moest zich nu razendsnel terugtrekken tot de rivieren de Luga en de Narva om een insluiting te voorkomen. Ondanks de voor het Rode Leger succesvol verlopen aanval werden de Nederlanders door Felix Steiner bevelhebber van het III.(germanisches) SS-Panzer-Korps in een Tagesbefehl speciaal bedankt voor hun optreden:

'Ich spreche der Kampfgruppe Rühle, SS-Pz.Gren.D. 'Nederland' meine ganz besondere Anerkennung für die verzüglichen Leistungen am heutige Tage aus. Ich bin stolz darauf, eine solche Truppe im Germanischen Korps zu haben'.

Nu het Rode Leger de omsingeling van Leningrad definitief had beëindigd, maakte de Brigade zich klaar voor de volgende vijandelijke offensieven. 'Nederland' lag nu ten oosten van de stad Narva in de Panther-Stellung, gelegen voor en achter de rivier de Narva. Om het front te stabiliseren werd er door de Duitse legerleiding een speciale (tijdelijke) eenheid in het leven geroepen: de 'Armeegruppe Narwa'. De Brigade 'Nederland' werd samen met de 11.SS-Frw.Pz.Gr. Division 'Nordland', de Estische 20.Waffen Grenadier Division der SS, de 227.Infanterie Division, de 170.Infanterie Division, de 214.Infanterie Division en delen van de 58.Infanterie Division in deze Gruppe van het 18.Armee samengevoegd. Omdat belangrijke toevoerwegen, waaronder de brug over de Narva, waren afgesloten kwamen de Nederlanders met een munitietekort te zitten, juist op het moment dat de Sovjet-Russische aanvallen weer in hevigheid toenamen. Op 8 maart vielen twee pantser regimenten van het Rode Leger de stellingen van de Nederlanders aan, de SS'ers hielden opnieuw stand. De verliezen van de Brigade waren echter door alle aanvallen hoog opgelopen waardoor de aanvallen steeds moeilijker waren af te weren. Tussen 1 januari 1944 en 13 april 1944 werden er van de Brigade: 87 officieren, 502 onderofficieren en 3139 manschappen gedood, verwond of vermist. De eenheid telde nog 6.305 manschappen, waar het eerder 9.342 waren.

Nederlandse legioniars tijdens een gevechtspauze.
De Brigade lag vanaf medio maart op een zeer belangrijke plaats aan het front: ten noorden van het Peipus-meer aan de Narva. Wanneer het Rode Leger hier door zou breken, was het lot van de Heeresgruppe Nord zo goed als bezegeld. Hitler had op 23 maart 1944 het bevel gegeven dat Narva met onmiddellijke ingang een Festung was hetgeen betekende dat de stad tegen elke prijs behouden diende te worden. Medio maart 1944 was de situatie rond Narva gestabiliseerd. De voorraden van 'Nederland' waren weer op peil gebracht zodat de artillerie en de PAK (pantserafweergeschut) weer volledig inzetbaar waren. In de tijd dat het Rode Leger nauwelijks van zich liet horen, groeven de Nederlanders zich in. De stellingen werden op speciaal bevel van ondermeer Steiner, bevelhebber van het III.SS-Panzerkorps uitgebouwd.

Tijdens de zomer van 1944 lanceerde het Rode Leger een grootschalig offensief tegen de Heeresgruppe Mitte waarbij deze vrijwel vernietigd werd. Door de ineenstorting van dat front kwam ook Heeresgruppe Nord in de problemen, insluiting dreigde. Op 12 juni, toen de vernietiging van Mitte nog in volle gang was, startte het Sovjet-Russische offensief tegen het Narva bruggehoofd. Russische eenheden van de 191.Infanteriedivisie en het 172.strafbataljon slaagden er in door te breken, maar werden al snel door tegenaanvallen van 'Nederland' en 'Nordland' teruggeslagen. De SS'ers hadden de Festung behouden, maar tegen een hoge prijs. De Brigade en 'Nordland' hadden grote verliezen geleden en konden niet worden aangevuld. Ook het aan de Brigade uitgeleende Rgt.24 'Danmark' van de Nordland divisie verloor veel manschappen. De eerste aanval was echter afgeslagen.

Na de aanval werden er opnieuw maatregelen getroffen om de Festung te versterken. Op last van Himmler werden er weer nieuwe bunkers gebouwd. Verder arriveerde het SS-Artillerie Regiment 54 vanuit Beneschau alwaar het Regiment was opgesteld en getraind. De Brigade kon nu dus eindelijk over eigen artillerie beschikken, waar het daarvoor nog afhankelijk was van de vuursteun van enkele 'geleende' Batterien van het Polizei-Artillerie Regiment 4. Opmerkelijk was echter dat de Brigade een aantal Sturmgeschützen aan 'Nordland' moest afstaan. 'Nederland' kon nu nog slechts beschikken over twee Panther-tanks en 10 Sturmgeschütze waardoor de gevechtskracht er eerder op achteruit ging. Toch wist 'Nederland' zijn taak naar behoren uit te voeren. Op 19 juli ontving de Brigade van Steiner opnieuw een compliment voor de succesvolle verdediging:

'Die vortreffliche Haltung der Truppe und die sichere Führung des Kommandeurs der Brigade 'Nederland' verdient die uneingeschränkte Anerkennung. Ich spreche beiden für die bisher tapfere Haltung meinen Dank aus.'

Intussen verpletterde het Rode Leger de stellingen van Heeresgruppe Mitte. Mocht het Sovjet-Russische opperbevel besluiten om deze opmars naar het noorden te doen afbuigen dan was de hele Heeresgruppe Nord waaronder 'Nederland' ingesloten in één grote Kessel. Terwijl het Rode Leger op 24 juli opnieuw een aanval uitvoerde op de Festung Narva werden er door Wagner voorbereidingen getroffen voor een terugtocht. Nadat op 25 juli het volgende offensief tegen het Narva bruggehoofd was losgebarsten, trok het III.SS-Panzerkorps westwaarts: de Festung werd opgegeven. Onder dekking van het SS-Frw.-Panzer-Grenadier-Regiment 48 'General Seyffardt' verlieten de eenheden de stellingen. 'General Seyffardt' zelf wist echter niet te ontkomen. In het bos- en moerasrijke gebied circa 5 tot 10 km. ten westen van Narva werd vrijwel het hele Regiment na een dagenlange achtervolging en beschieting, door het Rode Leger vernietigd. Een kleine groep onder commando van de SS-Untersturmführer Nieuwendijk-Hoek wist de Tannenberg-Stellung te bereiken, zij waren met nog enkele anderen de enige overlevenden. De Brigade moest het nu zonder het 'General Seyffardt' stellen. Het nagenoeg vernietigde Regiment zou in Schlochau heropgericht worden.

Inmiddels had zich in Duitsland een voor velen schokkende gebeurtenis voorgedaan. Op 20 juli 1944 had de Duitse officier Claus von Stauffenberg een vergeefse poging gedaan om Hitler om het leven te brengen. De Nederlandse vrijwilligers toonden zich onthutst. Op initiatief van de Nederlanders Kooijmans en Elshout werd er een brief aan Hitler geschreven waarin de Brigade de Führer alle sterkte toewenste. Met de ideologische overtuiging en het moreel van de Nederlanders leek ondanks alles nog weinig mis. De maand augustus verliep voor de Nederlanders verder relatief rustig. Achter de Tannenbergstellung probeerden de restanten van 'Nederland' zich in deze tijd dan ook te herstellen van de zware klap die het Rode Leger in juli had uitgedeeld. De brandstof- en munitie voorraden bleven echter op een bijzonder laag peil waardoor er van een werkelijk herstel feitelijk niets terecht kwam.

Click om kaartje te vergroten
Op 24 augustus werden de Nederlanders verrast met een persoonlijk schrijven van Himmler waarin hij de Brigade dankte voor de uitstekende inzet. Daarnaast werd SS-Rottenführer Derk Elsko Bruins de tweede Nederlander die werd onderscheiden met het ridderkruis. In de 1./SS Panzerjäger-Abteilung 54 had hij een belangrijk aandeel in de afweergevechten gehad. Het moreel steeg weer enigszins. In september werd de Brigade, inmiddels versterkt met een Waals Bataillon en de I./47, weer in de strijd geworpen: nu in de stad Pernau. Opnieuw kreeg 'Nederland' de opdracht om een strategisch belangrijk gelegen stad te beschermen. De SS'ers dienden niet alleen rekening te houden met aanvallen van het Rode Leger, ook hun Estse 'makkers' binnen de Brigade veroorzaakten gevaar. De Esten hadden in deze fase enkel interesse voor de verdediging van hun eigen land. Nu de Heeresgruppe Nord, Estland op korte termijn dreigde te gaan verlaten, hadden de Estse vrijwilligers het wel gehad: ze wilden Estland blijven verdedigen. De multinationale verbondenheid was ineens ver te zoeken. De spanningen liepen zo hoog op dat commandant Wagner een Kompanie gereed hield om tegen de Esten op te treden wannneer dat nodig mocht zijn. Tot een echte escalatie kwam het niet. Op enkele schietincidenten na bleef de Brigade vrij van grote onrust.

Intussen stond het front halverwege september op instorten. Het Rode Leger had de aanval geopend op Riga en de Heeresgruppe vroeg toestemming aan de Führer om Estland te mogen verlaten. Op 23 september keurde Hitler het plan om terug te trekken naar Koerland (Litouwen) goed. Toen 'Nederland' op 14 oktober 1944 arriveerde, groef men zich andermaal in. Opnieuw waren er grote aantallen Nederlanders in de strijd gevallen ook al had 'Nederland' maar een paar dagen aan het front (Gumi-Wolmar) gestaan. De situatie in Koerland was allesbehalve rooskleurig. Alhoewel het front was verkort en er dus een betere verdediging kon worden gevoerd, bleef het Rode Leger zijn opmars onverminderd doorzetten. Direct na aankomst in het Koerland raakten de Nederlanders al betrokken in de gevechten. Samen met 'Nordland' en de 126 I.D. werd het verlies van het uiterst belangrijke verkeersknooppunt Libau voorkomen. Hiermee was het eerste Koerland-offensief gestuit, honderden Sovjet-Russische soldaten bleven liggen voor de stellingen van de SS'ers.

Het gebied rond Libau was vanwege de vele moerassen en de talloze bossen een uiterste geschikte schuilplaats voor partizanen. Het duurde dan ook niet lang voor dat de Nederlanders opnieuw met deze meedogenloze verzetsgroepen werden geconfronteerd. Nadat er een aantal aanslagen en sabotage-acties was gepleegd, besloot Brigade Kommandeur Wagner drastische maatregelen te nemen. Als represaille werd er op Wagners bevel een (onbekend) aantal burgers doodgeschoten. Dergelijke rigoureuze methodes hadden slechts een tijdelijke uitwerking op de partizanenactiviteiten.

Op 27 oktober lanceerde STAVKA een tweede Koerland-offensief teneinde de Duitse strijdkrachten daar te vernietigen. Vooral 'Nordland' en het X.legerkorps kregen het zwaar te verduren. 'Nederland' bevond zich net buiten het gebied waarop de hoofdaanval was gericht. Toch kreeg het tweede Bataillon van het Regiment 'De Ruyter' zware klappen toen er enkele frontale infanterie-aanvallen op de stellingen plaatsvonden. Begin november zakte het Rode offensief ineen, het front stabiliseerde zich weer. Onmiddellijk ging de hele Heeresgruppe over tot het graven van nieuwe stellingen (voonamelijk 's nachts i.v.m. de dreiging van de Rode luchtmacht). Aan het einde van de maand bevond de uitgeputte Brigade 'Nederland' zich in de nieuwe 'Kriemhildestellung'. Op 21 december begon de derde Koerland-slag. Nadat er enkele honderdduizenden granaten op de Duitse stellingen waren neergedaald, verscheen de Rode infanterie opnieuw bij Libau. Naast Frauenburg was Libau een belangrijk doel van het Rode offensief. Vier dagen later was de aanval echter al vastgelopen. 'Nederland' kwam nauwelijks in actie en leed daardoor geen zware verliezen. Tot 24 januari 1945 werd 'Nederland' door het Rode Leger met rust gelaten. Tijdens de vierde Koerland-slag kwamen het Regiment 'De Ruyter' en het Artillerie Regiment 54 in actie bij de 218.I.D.

Het Koerland zou in de rest van de oorlog nog standhouden. Het Rode Leger kon slechts beperkte terreinwinst boeken. Intussen verzamelde zich een enorme Rode strijdmacht voor de rivier de Weichsel. STAVKA centreerde de troepenmacht om in één keer door te kunnen stoten tot de river de Oder. Het Rode Leger deed opmerkelijk genoeg niets toen in dichtbijgelegen Warschau een opstand tegen de Duitse bezetters uitbrak. In plaats van dat de Sovjet-Russische eenheden de opstandelingen te hulp schoten, bleven zij toekijken hoe de Duitsers de opstand met bruut geweld neersloegen.

Op 26 januari 1945 kreeg commandant Wagner te horen dat zijn Brigade (net als de rest van het III.SS-Korps aan het Weichselfront zou worden ingezet. De manschappen werden op 29 januari 1945 in de haven van Libau ingescheept en naar de volgende bestemming gevaren. Op 5 februari arriveerden de schepen in Swinemünde-Stettin. Het Rode Leger was inmiddels doorgebroken en was nu nog maar 100 km. van Berlijn verwijderd. Op 10 februari ging de Brigade door voor een Division, al bestond de eenheid, nu met de naam 23.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Division 'Nederland', in februari nog maar uit zo'n 1.000 manschappen. Desalniettemin was 'Nederland' samen met 'Nordland', 'Wallonien' en 'Langemarck' verantwoordelijk voor de verdediging van het Oderfront tussen de plaatsen Stettin en Neustadt. Het zouden de laatste georganiseerde gevechten zijn.

In maart 1945 kreeg de Divisie 'Nederland' versterking van de SS-Kampfgruppe Rehder die het I.Bataillon van Regiment 49 'De Ruyter' zou vormen. Na een mislukt offensief gericht op Arnswalde groeven de Nederlanders zich weer in. In april 1945 werd 'Nederland' uit elkaar gehaald. Het Regiment 'General Seyffardt' vertrok naar het zuiden terwijl het Regiment 'De Ruyter' bleef waar het was. Op 16 april vielen twee Sovjet-Russische fronten (legergroepen) tegelijkertijd aan. De doorbraak volgde op 25 april. Voor 'De Ruyter' zat er niets anders op dan ten noorden van Berlijn naar het westen terug te trekken.

Op 3 mei 1945, bij Parchim, werden de Nederlanders aangevallen door Sovjet-Russische tanks. Terwijl de SS'ers met deze eenheden in gevecht waren, hoorden zij vanuit westelijke richting geluiden van rupsbanden, het bleken de Amerikanen te zijn. De restanten van de 'De Ruyter' zorgden er, nadat het gevecht was beëindigd, dan ook voor dat zij zich aan de Amerikanen overgaven, niemand wilde in handen van het Rode Leger vallen. De mannen werden verzameld in het kamp van Kraak. Het Regiment 'General Seyffardt' was gedeeltelijk in de Kampfgruppe Vieweger ingedeeld bij de 15.Waffen- Grenadier-Division der SS. Deze werd bij Hammerstein vernietigd door het Rode Leger. Dertien door het Rode Leger gevangengenomen manschappen van het Regiment 'General Seyffardt' werden door de wraakzuchtige Sovjet-Russen vermoord. Het andere deel van het Regiment was gelukkiger. Deze manschappen wisten als onderdeel van de Korpsgruppe Tettau in handen van de westelijke geallieerden te vallen.

Overzicht
Datum Korps Leger Leger Groep Regio
9.43 - - - Kroatië
12.43 III. SS 18. Heeresgruppe Nord Oranienbaumkessel
2.44 III. SS Armeegruppe Narwa Heeresgruppe Nord Narwa
8.44 III. SS 18. Heeresgruppe Nord Estland/Koerland
1.45 III. SS 18. Heeresgruppe Koerland Koerland, Libau
2.45 III. SS 3. Pz.Armee Heeresgruppe Weichsel Stettin-Neustadt
3.45 III. SS 3. Pz. Armee Heeresgruppe Weichsel Pommern
4.45 - 3. Pz. Armee Heeresgruppe Weichsel Pommern

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Pierik, Van Leningrad tot Berlijn; In 't Veld, de SS en Nederland; Hausser, Waffen-SS im Einsatz; Steiner, Die Freiwilligen; Armando, De SS'ers; Verrips, Mannen die niet deugden; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; Vincx en Schotanius, Nederlandse vrijwilligers



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.