De Nederlandsche SS (later: Germaanse SS in Nederland)

Op 11 september 1940 richtte Mussert na herhaaldelijk aandringen van de bezetter en de SS, de Nederlandsche SS op als afdeling IX van de NSB. De Mussert-Garde, een paramilitaire organisatie onder leiding van Henk Feldmeijer en Rost van Tonningen, werd opgeheven en ging over in de nieuwe formatie. Daarnaast stond de Nederlandsche SS open voor nieuwe leden die zich geroepen voelden om de Germaanse zaak te dienen. Begin 1941 werd bovendien een aantal vrijwilligers dat zich aanvankelijk had aangemeld voor de Waffen-SS (Standarte "Westland") en ook al een opleiding had voltooid, overgeplaatst naar de Nederlandsche SS. De SS-Standarte "Westland" was immers mede opgericht om ooit de militaire basis van een Nederlandse Allgemeine SS te vormen. De SS'ers konden met de komst van de 'Westlander' alvast enigszins kennismaken met de gebruiken van de Waffen-SS.

De introductie van de SS-ideologie was niet iets geheel nieuws in de NSB. De verering van het boerenleven, de groot-Germaanse gedachte, de 'Kampfgeist' en de aandacht voor de rassenleer en het antisemitisme leefden al in de 'volkse' groep van de NSB. Individuen als Roskam, Rost van Tonningen en vooral Feldmeijer waren al lang verenigd met deze ideologie. Toch was de oprichting van de Nederlandsche SS ook voor deze SS-gezinden binnen de NSB een ingrijpend gebeuren. In tegenstelling tot hun Leider waren zij louter positief over de vestiging van de Germaanse stoottroepen in Nederland. In de Nederlandsche SS konden de 'volkse' ideeën voor zover die met de SS-ideologie strookten, naar hartelust worden nagestreefd en uitgeoefend. Zoals nog zal blijken was de Nederlandsche SS, ondanks het gegeven dat deze een NSB-afdeling was, bevrijd van de vermeende gematigdheid van de NSB. De Dietse gedachte die aanvankelijk ook bij een deel van de radicale 'volksen' leefde, had op aandringen van de bezetter plaatsgemaakt voor een groot-Germaanse gedachte. Binnen de NSB was echter nauwelijks ruimte geweest om dit streven naar een groot-Germaans rijk onder leiding van Duitsland openlijk uit te dragen. Door de oprichting van de Nederlandsche SS had deze situatie zich gewijzigd. De groot-Germaanse gedachte kon nu tot tevredenheid van de Duitsers in een afdeling van de NSB zelf wél nadrukkelijk nagestreefd worden. De SS had daarmee voorlopig voet aan Nederlandse wal gezet.

De bezetter had de NSB-leider dus met succes onder druk gezet. De SS had de Nederlandsche SS aan de NSB moeten binden omdat alleen daar geschikte personen te vinden waren om de organisatie te leiden. Echt van harte deed de SS dit niet, omdat de NSB als geheel immers nog steeds weinig overeenkomsten met Himmlers organisatie kende. De optie om een van alle partijen losstaande SS op te bouwen, zoals dat in Vlaanderen gebeurde, werd in Nederland echter met het oog op het ontbreken van geschikte personen niet serieus overwogen. Door de Nederlandsche SS te binden aan de NSB, kon de SS bovendien, door de te verwachten radicaliserende en germaniserende invloed, beschikken over een grotere vijver waaruit de Waffen-SS kon gaan hengelen.

De standaard van de Nederlandsche SS
Aangezien de Nederlandsche SS een elitekorps behoorde te zijn, kon niet iedereen lid worden. Er vonden selecties plaats op basis van ras, levenshouding, persoonlijkheid en lichamelijke conditie. Om voorlopig lid te worden van de Nederlandsche SS moest de kandidaat voldoen aan de volgende voorwaarden (welke dateren van eind 1940 of begin 1941):

1. Arische afstamming tot 1800, die uiteindelijk moet worden aangetoond. De kandidaat moet op erewoord verklaren dat hem van niet-arische afstamming niets bekend is.
2. Geen oneervolle strafrechtelijke vonnissen.
3. Minstens 1.72m. lichaamslengte.
4. Lichamelijk gezond, aangetoond na onderzoek.
5. Leeftijd tussen 18-30 jaar. Uitzondering voor beproefde nationaal-socialisten van voor 9 mei 1940.
6. Belofte van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan alle meerderen.

Hierna volgde voor de SS-maat (vertaling van SS-Anwärter: aspirant-lid) nog een serie keuringen en onderzoeken op fysieke gesteldheid en genealogische achtergrond. Pas nadat deze met succes waren afgerond, werd de kandidaat officieel SS-man.

De Nederlandsche SS was verdeeld in vijf territoriale standaarden: Standaard I (Friesland, Groningen en Drenthe) hoofdkwartier te Groningen, Standaard II (Overijssel en Gelderland) hoofdkwartier te Arnhem, Standaard III (Noord-Holland en Utrecht) hoofdkwartier te Amsterdam, Standaard IV (Zuid-Holland en Zeeland) hoofdkwartier te Den Haag en Standaard V (Noord-Brabant en Limburg) hoofdkwartier te Eindhoven. Verder was er nog een aparte, van deze indeling losstaande standaard, namelijk een politie-standaard. De verschillende standaarden waren weer onderverdeeld in groepen (4 man), troepen (40 man + leider), stormen (123 man + commandant + plaatsvervanger) en 3 stormbannen (500 man + stormbanstaf). Deze indeling bestond echter slechts op papier. In de praktijk bestonden de standaarden uit een aantal stormen, die bovendien nog eens matig bemand waren. Historicus In 't Veld stelde dat de standaarden gemiddeld slechts 130 manschappen telden. Een belangrijke reden voor dit lage aantal was de voortdurende doorstroming naar de Waffen-SS. Verder wees In 't Veld op het gegeven dat de organisatie een vooropgezet raamwerk was dat nog vol moest lopen.

De leden van de Nederlandsche SS waren geen beroepsmilitairen. De SS'ers moesten zelfs heel wat over hebben voor hun ideologische 'liefde'. De mannen moesten gemiddeld 24 uur per maand van hun vrije tijd besteden aan de SS. In deze uren dienden zij zich bezig te houden met exercitie, schietoefeningen, sport en politieke vorming. Om zoveel mogelijk mensen kennis te laten maken met de Nederlandsche SS werden er door het gehele land vergaderingen en bijeenkomsten belegd. Daarnaast werden en met enige regelmaat marsen georganiseerd. Op 5 en 6 april 1941 presenteerde de Nederlandsche SS zich aan Noord-Nederland. Op 5 april marcheerden vertegenwoordigers van vier van de vijf standaarden door de binnenstad van Groningen. De dag daarna was Leeuwarden aan de beurt. 's Ochtends vroeg arriveerden zo'n driehonderd mannen per trein vanuit Groningen. Na aankomst verplaatste het gezelschap zich naar de zalen Schaaf waar men gezamenlijk een kop koffie dronk. Om 11:00 uur verzamelden de mannen zich en begon de mars. Onder toeziend oog van ondermeer de Höhere SS- und Polizeiführer Rauter marcheerden de mannen, aangevoerd door plaatsvervangend Voorman SS-onderstormleider Wolffram, door de binnenstad van Leeuwarden. Na de mars werd nog een gezamenlijke maaltijd genuttigd, maar daarna keerde iedereen weer huiswaarts. Alle mannen hadden immers gewoon een functie in de burgermaatschappij.

Naast het inleveren van al deze vrije tijd werd van de mannen verwacht dat zij één gulden per maand aan contributie betaalden en tevens hun eigen zwarte uniform bekostigden. Dit uniform was praktisch gelijk aan dat van de Duitse Allgemeine SS. Ter herinnering aan de band met de NSB droegen de leden van de Nederlandsche SS niet een hakenkruisband om de linkerarm, maar een band met een zwart-rode driehoek met daarin de wolfsangel. Dit symbool, dat als typisch NSB symbool werd beschouwd, droeg men ook op de pet boven de doodskop (in plaats van de SS 'adelaar'/Hoheitsabzeichen). Een ander miniem verschil met de Duitse SS was het zwarte hemd van de Nederlandsche SS (in plaats van bruin). De Nederlandsche SS droeg de SS-runen bovenaan op de rechtermouw. In februari/maart 1944 moesten de zwarte uniformen plaatsmaken voor de veldgrijze variant van de Waffen-SS. Ook verdwenen toen de Nederlands klinkende rangaanduidingen zoals SS-Maat, SS-onderschaarleider, etc. zij werden vervangen door de Duitse aanduidingen.

Mannen van de Nederlandsche SS
De Nederlandsche SS werd zoals gezegd geleid door de 'volkse' NSB'er Feldmeijer. De Allgemeine SS was al lange tijd erg gecharmeerd van deze radicale NSB'er en het was na enige slinkse handelingen van Duitse zijde, gelukt om Mussert met de aanstelling van Feldmeijer te doen instemmen. De bezwaren die de NSB-leider had gehad tegen de SS en Feldmeijers benoeming waren terecht geweest, zo bleek al snel. Binnen de NSB was een organisatie in het leven geroepen die de komst van een groot Germaans rijk voorbereidde. Feldmeijer bleek zoals Mussert had gevreesd meer een SS'er dan een NSB'er. Zo uitte hij regelmatig in het blad van de Nederlandsche SS, Storm SS, zijn liefde voor de Germaanse zaak. In Storm SS van 11-4-1941 schreef hij:

'Wij belijden de wezens- en lots-verbondenheid aller Germaansche Volken, onder leiding van Adolf Hitler. In deze eeuw zal zich deze verbondenheid in eenigerlei vorm verwezenlijken. Verband houdend met het historisch gegroeide en passend in den huidigen tijd herleeft de Rijksgedachte.'

De NSB-leider was zich ook al voor de benoeming van de SS-voorman bewust van diens afwijkende sympathieën, maar vertrouwde er in zijn grenzeloze zelfoverschatting op dat zijn ontmoeting met de Führer zou leiden tot een aan de NSB gunstig gezind beleid in Nederland, waardoor ondermeer Himmler en Feldmeijer geen gevaar meer vormden. Opmerkelijk genoeg bleef Mussert de hele bezetting, ook toen bleek dat de Nederlandsche SS zijn 'eigen' gang ging, tevergeefs vertrouwen op Hitlers 'goede wil'.

De ontmoeting met Hitler op 23 september 1940 verliep naar Musserts mening erg positief al stoorde hij zich aan de afwezigheid van Joachim von Ribbentrop, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken. Nederland was in de ogen van Duitsland kennelijk geen buitenland meer. Mussert begreep de groot-Germaanse hint echter niet. Hitler deelde hem mede dat de regering Mussert, waar de NSB-leider zo vol van zat, voorlopig niet zou worden geïnstalleerd. Een installatie van een toekomstige NSB-regering was volgens de Führer afhankelijk van de mate waarin Mussert er in slaagde de Nederlanders voor het nationaal-socialisme te winnen. Dit leek weinig positief, maar Mussert was weer eens onterecht overtuigd van zijn eigen kunnen en liet daarom slechts positieve reacties horen. Van Musserts Germaanse Bond-idee, het door hem beoogde alternatief voor Himmlers groot-Germaanse politiek, nam Hitler met waardering kennis, maar meer ook niet. Er was maar één staatsgrens namelijk die tussen Duitsland en Italië, zo liet de Führer weten. Hitlers veronderstelling dat er dus geen grens tussen Nederland en Duitsland meer bestond, drong niet tot het brein van Mussert door. De NSB-leider, vatte het bezoek samen met de woorden: 'Het geheel maakte deze indruk: Hitler een man die het beste met ons voorhad.' Mussert bleef er op vertrouwen dat Hitler 'zijn' Nederland zou laten bestaan; hij was overduidelijk door Hitler geïmponeerd en dacht er niet aan zijn medewerking op welk gebied dan ook te beëindigen.

Zijn bezoek bracht, zoals al snel bleek, niet datgene waar de NSB-leider op had gehoopt. De veronderstelling dat de SS een halt toegeroepen zou kunnen worden als hij maar een bezoek aan de Führer zou kunnen brengen, was op zijn zachtst gezegd niet juist. De Nederlandsche SS was formeel gezien een afdeling van de NSB en zou dus ook onder de controle van de Beweging moeten staan. De kaarten waren echter geheel anders geschud. Feldmeijer en zijn manschappen opereerden slechts op bevel van de Höhere SS- und Polizeiführer Rauter, die op zijn beurt weer door Himmler werd gecommandeerd. De Nederlandsche SS was, zoals Mussert al had gevreesd voordat hij een bezoek aan Hitler had mogen brengen, in de praktijk een direct onderdeel van de SS. De NSB-leider bleef echter hopen dat Hitler zijn woorden nog ter harte zou nemen en stribbelde vooralsnog nog niet tegen.

Feldmeijer was anders dan Mussert bijzonder gelukkig met de geslaagde vestiging van de SS in Nederland. De 'Voorman', een SS-gezinde binnen de NSB, was al jaren een voorstander van de politiek die hij nu in de praktijk mocht brengen. Hij was een fervent aanhanger van de bloed- en bodem-theorie en stond volledig achter de sterk antisemitische politiek van het Derde Rijk en de SS. Dit was echter niet het enige wat hem tot een typische SS'er maakte. De voorman bezat tevens de groot-Germaanse gedachte en de Kampfgeist die zo kenmerkend voor de SS-man waren. Feldmeijer idealiseerde de strijd en zag deze als een doel op zich. Zijn politieke geaardheid was de SS niet ontgaan en al voor de oorlog stond Feldmeijer, die regelmatig afreisde naar Duitsland, bij Himmler te boek als een echte nationaal-socialist. Het was mede dankzij Feldmeijer dat de Nederlandsche SS betrekkelijk eenvoudig kon worden opgericht. Een verklaring voor het succes was dat Feldmeijer enkele jaren met de Mussert-Garde persoonlijk de basis had gelegd voor de Nederlandsche SS.

In 1939 meende hij samen met de even radicale Rost tot dat er ter vervanging van de gematigde Jeugdstorm, een op de 'volkse' ideeën georiënteerde jeugdorganisatie diende te worden opgericht. Ter oriëntatie werden er gezanten naar Duitsland gestuurd die naar men mag aannemen de Hitlerjugend en de SS bezochten. Aanvankelijk diende, zo hoopten Feldmeijer en Rost, de op te richten organisatie, de Jeugdstorm te vervangen, ware het niet dat de nieuwe jeugdorganisatie helemaal geen jeugdorganisatie werd: de leden waren jongemannen van 18 tot 25 jaar. De nieuwe organisatie vertoonde sterke overeenkomsten met de SS: er werd veel geëxerceerd en men volgde politieke lessen. Joden werden niet toegelaten en degenen die wel in aanmerking kwamen voor een lidmaatschap werden onderworpen aan een strenge medische keuring. Deze, achteraf bezien, overduidelijk SS-georiënteerde paramilitaire organisatie kreeg in het najaar van 1939 de naam Mussert-Garde, dit om de ware aard van de organisatie te camoufleren. De dekmantel was succesvol, want binnen de NSB werd er nooit een verband met de SS gelegd. Voor een deel was dit ook het gevolg van het sterke Dietse element dat in de Mussert-Garde tot juni 1940 aanwezig was. Omdat Mussert wel een zeker wantrouwen had jegens de radicale Feldmeijer, liet de leider de Mussert-Garde inclusief Feldmeijer op 8 juni 1940 een van trouw afleggen 'aan Volk en Vaderland, de Beweging en den Leider.' Feldmeijer zou zich hierdoor echter nooit laten tegenhouden.

Musserts zorgen waren begrijpelijk, maar toch was de Mussert-Garde niet erg gevaarlijk. De paramilitaire eenheid bezat noch militaire noch politieke macht. Met op zijn hoogst twee à driehonderd manschappen bleef de Mussert-Garde in haar beginstadium steken. De betekenis van de Mussert-Garde lag dan ook niet in de invloed die deze uitoefende, maar vooral in het ontstaan van een basis voor de latere Nederlandsche SS waar Feldmeijer de voorman van werd. In die zin had zij Himmler een grote dienst bewezen. De SS kon in Nederland zonder al te veel problemen zijn klauwen uitslaan.

Wat was nu precies het belang van de oprichting van die Nederlandsche SS? De vestiging van een verlengstuk van Himmlers SS in Nederland had een viertal redenen. Ten eerste wenste de SS in de veroverde landen een belangrijke positie in te nemen, de machtswellusteling Himmler wilde daar inspraak hebben. In Duitsland was er voor de SS nog maar weinig te winnen omdat men al snel in het vaarwater van de Wehrmacht terechtkwam; het buitenland daarentegen was nog een politiek braakliggend terrein. Ten tweede achtte de SS de oprichting van de Nederlandsche SS van groot belang voor de werving van vrijwilligers voor de Waffen-SS. De Nederlandsche SS kon niet alleen zelf als reservoir dienen, maar had ook een belangrijke taak in het creëren van een basis van waaruit de werving in de toekomst diende plaats te vinden. Eind 1940 speelde de reeds geplande aanval op de Sovjetunie een aanzienlijke rol bij het aantrekken van vrijwilligers. In het kader van een verenigd nationaal-socialistisch Europa dat in de komende kruistocht ten strijde zou trekken tegen het bolsjewisme, kwamen de aanmeldingen van Germaanse vrijwilligers erg goed van pas. Ten derde diende de Nederlandsche SS Mussert in de gewenste groot-Germaanse richting te duwen. Dit behoorde nu de Nederlandsche SS binnen de NSB was opgericht tot de mogelijkheden. Tot slot had de oprichting van de Nederlandsche SS een belangrijke propagandistische waarde. Aanvankelijk was de werving van vrijwilligers voor de SS geen primair militair doel. Natuurlijk, de groei van het aantal manschappen was zeer welkom, maar het was vooral de uitstraling van de aaneensluiting van de Germaanse broedervolken die Himmler aantrok. De propagandistische waarde die uitging van de Nederlandse deelname was voor de SS van groot belang voor de verdere uitbreiding van het nationaal-socialisme.

Dit nationaal-socialisme was echter niet het soort dat Mussert voor ogen had. Voor de Dietse gedachte waar hij zo vol van zat en die wel in de inmiddels opgeheven Mussert-Garde aanwezig bleek, was binnen de Nederlandsche SS uiteraard geen plaats. De Nederlandsche SS streefde naar de opbouw van een groot-Germaans rijk waar ook Nederland deel van uit diende te maken. Alhoewel de Dietse gedachte en het streven naar een groot-Germaans rijk niet direct botsten, was het laatste naar de inzichten van de SS het belangrijkste en dus als enige toegestaan. Elke vorm van aandacht voor de Dietse zaak zou de aandacht van het belangrijkste, de groot-Germaanse zaak, alleen maar afleiden. Met andere woorden het uitdragen van de Dietse gedachte was niet meer toegestaan. Erg vreemd was het grote verschil tussen de politieke koers van enerzijds de NSB en anderzijds de Nederlandsche SS niet.

Zoals al eerder bleek, had de NSB geen zeggenschap over de Nederlandsche SS. Feldmeijers formatie was enkel gevoelig voor bevelen van de SS. Alhoewel de formatie pas op 17 mei 1942 officieel als onderdeel van de SS gold, waren de banden al ver voor die tijd meer dan hartelijk. Voorman Feldmeijer had de opdracht ontvangen om de Nederlandsche SS geheel volgens de bepalingen van de Reichsführer vorm te geven. Gezien het feit dat Feldmeijer zelf als een echte SS'er door het leven ging, kostte het hem geen enkele moeite om te voldoen aan Himmlers verwachtingen.

Dit betekende echter ook dat Feldmeijer zich volledig in moest zetten voor de doorstroming van zijn mannen naar het Oostfront. Feldmeijer, die zelf al in de Waffen-SS divisies 'Wiking' en 'Leibstandarte Adolf Hitler' had gevochten, had hier geen enkele moeite mee. Het was zelfs voor een belangrijk deel zijn verdienste dat zoveel mannen van de Nederlandsche SS tekenden voor de Waffen-SS. Het was bijna vanzelfsprekend dat de Nederlandse SS-man zijn plicht zou uitvoeren in de strijd tegen het bolsjewisme. Feldmeijer stuurde na 22 juni 1941 zijn mannen meerdere keren invulformulieren waarvan hier een voorbeeld (10-08-1941):

'Ik heb de mannen der Nederlandsche SS opgeroepen zich te melden voor de Waffen-SS.
Deze oproep geldt elken SS-man - zij geldt dus ook U. Europa strijdt op leven en dood tegen het bolsjewisme. Zelfs niet nationaal-socialisten hebben zich voor de strijd gemeld. Gij, die tot de SS behoort en daardoor deel uitmaakt van het keurcorps van het nationaal-socialisme, hebt thans de plicht de wapenen op te nemen .... De SS dient voorop te gaan, de SS dient het voorbeeld te geven. Dat eischt van U allen een persoonlijk offer. Honderden Nederlandsche SS-mannen verstonden reeds hun plicht. Zij gingen reeds in de lente van dit jaar. Wederom heb ik mij tot U, mannen der SS, gewend en U tot den strijd opgeroepen. Elke SS-man vatte dit op als een moreel bevel. Niemand, die zich de SS waardig wil betoonen, heeft het recht zich daaraan te onttrekken.
Ik draag U op mij het hierbij aangehechte formulier ingevuld per omgaande terug te zenden, uiterlijk voor Donderdag 14 augustus in mijn bezit. Ik wil van ieder Uwer weten, wie inderdaad met hart en ziel SS-man is.

(Bron: In 't Veld, p.253)

De mannen die de frontdienst weigerden, dienden dit uitvoerig toe te lichten. De maatregelen van Feldmeijer hadden succes. Medio 1943 hadden al 2322 van de 3438 mannen van de SS'ers getekend voor het Oostfront. In juli 1944 dienden 2838 van de 3988 leden in de Duitse strijdkrachten (vrijwel allen bij de Waffen-SS). De meesten hoopten op een plaats in de 'Wiking' divisie die als een typische nationaal-socialistische eenheid te boek stond.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) R. Havenaar, Anton Adriaan Mussert; R. Havenaar, De NSB tussen nationalisme en volkse solidariteit; J. Meyers, Mussert een politiek leven; D. Barnouw, Rost van Tonningen; L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; N.K.C.A. In't Veld, De SS en Nederland; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland; De Jonge, Het Nationaal-Socialisme in Nederland; Storm-SS



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.