|
De medewerking van het Rode Kruis bestond ten eerste uit het afstaan van een grote hoeveelheid Franse medische voorraden. Deze waren door de Franse troepen in mei 1940 in ons land achtergelaten en vervolgens door de Duitsers aan het Rode Kruis toebedeeld. Ten tweede moest het Rode Kruis een hoeveelheid medicamenten ter waarde van 25.000 gulden afstaan en een ambulancewagen ter beschikking stellen. Met deze goederen kon al snel een begin gemaakt worden, nu moest er nog personeel aangetrokken worden.
Werving en samenstelling
Aanvankelijk was het de bedoeling om nabij het front een Nederlands basishospitaal op te richten. Echter op aandringen van de Duitse militaire autoriteiten werd besloten om een gemotoriseerd veldlazaret op te richten dat verbonden zou worden aan het Freiwilligen Legion "Niederlande". Feitelijk stond de Ambulance nu onder commando van de Waffen-SS. Door de inmenging van de NSB en de Duitse autoriteiten was er al heel vroeg geen sprake meer van enige vorm van neutraliteit, nu was deze helemaal verdwenen. Het vertrek naar het Oostfront liep door deze wijziging een forse vertraging op omdat de afdelingen moesten worden uitgebreid en er meer personeel nodig was.
In november 1941 waren de voorbereidende werkzaamheden zover gevorderd dat de werving van start kon gaan. Het Medisch Front van de NSB zorgde voor de aanmelding van artsen. De diverse oproepen in de media en op affiches leverden eind 1941 al een groot aantal vrijwilligers op. Na de aanmelding en een strenge keuring gingen zij naar Den Haag waar zij een korte training ondergingen in de duinen. De mannen leerden marcheren en oefenden met draagbaren in het duinlandschap. Het leren van de methodes om gewonden op het slagveld te evacueren stond bovenaan het lesprogramma. In deze periode gingen de vrijwilligers gekleed in de blauwe Duitse 'Sanitäter' uniformen. Op de kraagspiegel droeg men de Wolfsangel en onderaan de mouw pronkte een armband van het Freiwilligen Legion "Niederlande". Later in de oorlog kwam het overigens ook voor dat de mannen in oude Wehrmachtskledij werden gehezen en hun eerste opleiding in Sennheim in de Elzas kregen.
Na de strenge keuringen bleven er zo'n 160 mannen over die van november 1941 tot en met maart 1942 een opleiding in Oranienburg boven Berlijn kregen. De Ambulance zou worden ingedeeld bij een gevechtseenheid, dus de kennismaking met de basisbeginselen van het militaire beroep was onontbeerlijk. De militaire basisopleiding en de speciaal geneeskundige opleiding vonden plaats in Nederland onder leiding van Duitse officieren en onderofficieren. In februari 1942 vertrok de eerste groep voor de vervolgopleiding naar Duitsland. Onder leiding van opnieuw Duits personeel kregen de manschappen, waaronder ook Gejus van der Meulen (de voormalige doelman van het Nederlands voetbalelftal), een specialistische training en zij leerden omgaan met de uitrusting. Na deze opleiding werden de Nederlanders ondergebracht in het stadje Grannsee waar vermoedelijk weer een vervolgopleiding werd gevolgd.
Vanaf 16-08-1941 werd de Ambulance geleid door de eerdergenoemde Nederlandse arts dr. Jakob Sierts Galjart. Per 24-11-1941 werd hij officieel in militaire dienst aangesteld en bevorderd tot Legion-Sturmbannführer. Galjart was van het begin één van de drijvende krachten. Toen echter in maart 1942 duidelijk werd dat éénieder de eed van trouw aan Adolf Hitler diende af te leggen, trok Galjart zich terug. De aanvankelijke initiatiefnemer werd uiteindelijk begin januari 1943 op eigen verzoek uit de Waffen-SS ontslagen. Zijn taken binnen de Nederlandse Ambulance werden al eerder overgenomen door de Duitse SS-Obersturmbannführer dr. Hans Schlosser. Op 10 -03-1942 vond de beëdiging van de Ambulance plaats op het Binnenhof in Den Haag.
Naar het front
In april of begin mei 1942 reisde alvast een 'Vorkommando' van de Ambulance naar het oostfront. Dit contingent bestond uit kwartiermakers die belast waren met de voorbereiding van de komst van de Ambulance. Eind mei 1942 vetrok de gehele Nederlandse Ambulance (160 man) gekleed in de militaire uniformen van het Freiwilligen Legion "Niederlande" per trein naar het Oostfront.
De Ambulance was bewapend met lichte infanteriewapens ter verdediging tegen 'kwaadwillige elementen'. De praktijk aan het Oostfront was nu eenmaal dat zelfs medisch personeel en ambulances onder vuur genomen werden. Het overige materieel van de Ambulance bestond voor een deel uit Duitse oorlogsbuit. Zo beschikten de Nederlanders over een aantal ambulancewagens die door de Britten bij hun terugtocht naar Duinkerken in 1940 in België waren achtergelaten. In totaal bestond de Ambulance uit een autotrein van 29 motorrijtuigen, waaronder vijf ambulancewagens, twee autobussen en vijf motoren.
De Ambulance was opgebouwd uit een kleine administratieve staf en drie grotere eenheden, elk onder leiding van een Chef-arts. Twee van deze eenheden bechikten over een of meerdere chirurgen en internisten, terwijl bovendien aan de ene een oogarts en aan de andere een keel-neus- en oorarts verbonden was. De derde eenheid was de grootste en richtte zich op alles wat met hygiëne te maken had. Deze eenheid beschikte over een zestal artsen waaronder ook een bacterioloog en een malarialoog. Verder dienden er in de Ambulance een tweetal tandartsen en nog een aantal 'allround' artsen. In de zomer van 1942 bestond de Ambulance ongeveer uit 240 mannen en vrouwen: medisch vakpersoneel maar ook ziekendragers, chauffeurs, kleermakers, kappers, koks, schoenmakers, enz.
De Ambulance werd in juni 1942 nog versterkt met twintig gediplomeerde verpleegsters uit Nederland en in september arriveerden er nog eens tien. Hiervan maakte ook de NSB-krant 'Volk en Vaderland' melding:
Volk en Vaderland van 05-06-1942.
Kameraadskes naar het Oostfront
Telegram van de Leider
Vrijdagavond zijn twintig verpleegsters naar het Oostfront vertrokken, waar zij binnen het kader van de Nederlandse Ambulance in de lazaretten werkzaam zullen zijn.
Op het Haagse Staatsspoorstation waren de Kommandant van het Vrijwilligerslegioen "Nederland", luitenant-generaal Seyffardt en Dr. J.S. Galjart als leider van de Nederlandse Ambulance bij het afscheid aanwezig.
De Leider was zijn dapppere kameraadskes niet vergeten en zond hun bij het vertrek een telegram van de volgende inhoud :
"Leider en Beweging wensen alle zusters bij het aanvaarden van haar moeilijke en opofferende taak in het Oosten veel succes".
Houzee! Mussert.
|