IJsselmeerflottielje/Wasserschutzpolizeikommando IJsselmeer

In het volgende bevel gaf Reichsführer SS Himmler aan Höhere SS- und Polizeiführer Rauter de opdracht om een lichtbewapend smaldeel te vormen:

Feld-Kommandostelle, 4.12.1942

In Beantwortung Ihres Briefes vom 7.10.1942, in dem Sie die für den Zuidersee und Nordholland vorhandene Gefahr aufzeigen, ordne ich an:

1. Sie bauen sofort eine Polizeiflottille zum Schutze des Zuidersee auf.

2. Die Flottille ist mit deutschen und niederländischen Freiwilligen zu bemannen.

3. Die Flottille ist mit Maschinengewehren, wenn möglich mit überschweren Maschinengewehren, zu bewaffnen.

Ingesamt müssen Sie in der Lage sein, bis zum März des Jahres 1943 den Schutz der Zuidersee zu garantieren.


Het smaldeel was gedeeltelijk, voornamelijk op tactisch gebied, ondergeschikt aan de bevelhebber van de Kriegsmarine in Nederland. Aangezien de eenheid formeel behoorde tot de Ordnungspolizei was het flottielje eveneens ondergeschikt aan Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer. Na aandringen van Reichsführer-SS Himmler kreeg de laatste de meeste zeggenschap over het smaldeel. De belangrijkste militaire taak van de eenheid was de bewaking van het IJsselmeer tegen geallieerde acties. Daarnaast had de eenheid escorte taken en dienden er controles te worden uitgevoerd. Verder werd de eenheid ingezet om neergehaalde geallieerde piloten uit het IJsselmeer op te pikken. Hiertoe werden er 26 kotters en 4 motorboten gevorderd en bewapend. De leidende groepenboten werden uitgerust met een 37 mm. kanon, een stuk 20 mm. luchtafweergeschut en een zwaar machinegeweer. De andere vaartuigen waren behoudens het 37 mm. geschut van dezelfde bewapening voorzien. Elke boot telde twaalf tot veertien koppen.

De in een blauw uniform gestoken bemanning was door majoor Lautenschläger (Ordnungspolizei) uit de Water-Politie en de Waffen-SS gerekruteerd, zo moest het Wachbataillon 170 manschappen aan het flottielje afstaan. In totaal bestond de eenheid uiteindelijk uit ongeveer driehonderd manschappen. De leiding binnen de eenheid lag in handen van Duitsers van de Ordnungspolizei; het personeel daarentegen had overwegend de Nederlandse nationaliteit.

Alhoewel de eenheid eind 1942 was opgericht duurde het nog tot 1 mei 1943 voor dat de eerste 8 schepen voor de eerste keer de bases in Amsterdam, Harderwijk of Enkhuizen uitvoeren. Op 15 mei 1943 kozen de volgende 10 vaartuigen het ruime sop. De resterende schepen, circa veertig, lagen nog op de werven. Het flottielje stond onder leiding van kapitein Paag uit Amsterdam en was verdeeld in vier groepen (twee in Amsterdam, één in Harderwijk en één in Enkhuizen).

De patrouilles werden zowel overdag als 's nachts uitgevoerd. Aangezien de boten in contact stonden met de kustwacht waren zij op de hoogte van de komst van geallieerde vliegtuigen. Het flottielje slaagde er dan ook in een onbekend aantal vliegtuigen neer te halen. Het flottielje lag zelf ook meerdere malen onder vuur van vijandelijke jagers en/of jachtbommenwerpers (Jabo's), honderd manschappen raakten ten gevolge hiervan gewond en een onbekend aantal sneuvelde. Vijftig manschappen van het flottielje ontvingen het IJzeren Kruis.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.