Nederlandse vrijwilligers en de SS-Junkerschule Bad-Tölz

De Waffen-SS beschikte tijdens de Tweede Wereldoorlog over vier zogenaamde Junkerschulen der Waffen-SS, officiersscholen. Deze Junkerschulen dienden aspirant-officieren op te leiden tot volwaardige officieren met de theoretische kennis die nodig was om als Zugführer (pelotonscommandant) in een Bataillon te functioneren. Daarnaast stelden de Junkerschulen zich ten doel om de aspirant-officieren zowel op theoretisch als praktisch niveau voldoende kennis te geven over het verschillende wapentuig die in een Bataillon of Abteilung werden gebruikt.

De Junkerschulen waren gevestigd in Braunschweig, Klagenfurt, Praag en Bad-Tölz. Voornamelijk in de laatste werden vanaf 1943 officieren uit de 'Germaanse' landen opgeleid, waaronder een flink aantal Nederlanders. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er enkele honderden Nederlanders, meestal Waffen-SS vrijwilligers soms leden van de Politie, geschikt bevonden om een opleiding te volgen aan de officiersschool van de Waffen-SS: SS-Junkerschule Bad-Tölz. De duur van de opleiding was niet altijd gelijk. Gemiddeld duurde de opleiding aan de Junkerschule voor 6 maanden, voor de reserve 5 maanden. Vanaf 1942 bestonden er tevens spoedcursussen voor gewezen buitenlandse officieren van de duur van twee maanden. Daarnaast duurde de reguliere opleiding vanaf 1944 nog maar zes maanden, de nood was hoog. Een commandering naar een Junkerschule betekende nog niet dat de betreffende kandidaaat daadwerkelijk zou worden bevorderd tot SS-Standartenoberjunker. Van het totale aantal Nederlandse SS-Junker zou zo'n 50 % daadwerkelijk SS-Führer (officier) worden.

De Junker

De selectiecriteria voor Waffen-SS aspirant-officieren golden, weken sterk af van die van de Wehrmacht. Waar de Wehrmacht veel aandacht schonk aan de sociaal-maatschappelijke en intellectuele achtergrond van een kandidaat, golden voor de SS bewezen bekwaamheid, kennis en fysieke gesteldheid als meest belangrijke selectiecriteria.
Wie konden er in de praktijk voor de opleiding worden opgeroepen ? Ten eerste de gewezen officieren uit het Nederlandse leger. Ten tweede allen die een hogere middelbare school met succes hadden afgerond. Ten derde alle hogeschoolstudenten en afgestudeerden Ten vierde de soldaten die zich aan het front zeer verdienstelijk hadden gemaakt. Gerardus Mooyman is hier een goed voorbeeld van. Ten vijfde soldaten met sterke geestelijke kwaliteiten. Ten zesde soldaten met frontvervaring maar zonder diploma.

De Lehrgang

De opleiding was allesbehalve eenvoudig. Alvorens de daadwerkelijke opleiding aan de SS-Junkerschule van start ging en de Führeranwärter tot SS-Junker bevorderd werd, werd hij naar een zogenaamde Vorbereitungslehrgang gecommandeerd. Dit was een korte leergang die diende ter voorbereiding op de eigenlijke opleiding aan de Junkerschule. De Vorbereitungslehrgang werd doorgaans afgelegd bij het Ersatz (reserve) onderdeel, een Waffenschule of reeds aan de Junkerschule. In deze Lehrgang werd een zekere basis gelegd voor de eigenlijke opleiding door de reeds aanwezige kennis van het eigen onderdeel uit te breiden. Na de Vorbereitungslehrgang volgde de commandering naar de Junkerschule, de kandidaat werd hiermee officieel SS-Junker. Op de Junkerschule volgde na vijf weken intensieve theorielessen de Aufnahmeprüfung. Deze test diende om een inzicht te krijgen in de algemene (militaire) kennis en de psychische gesteldheid van de SS-Junker.

Na het succesvol afleggen van de Aufnahmeprüfung ging de opleiding tot SS-Führer van start in een zogenaamde Kriegs-Junker-Lehrgang die circa negen maanden duurde. De Junker werd ingedeeld in een Junkerschaft die deeluitmaakte van een Inspektion welke weer onderdeel was van een Lehrgruppe van circa dertig man groot. Het studieprogramma bestond uit zeer diverse onderdelen. De leervakken:

1. Taktik (tactiek)
2. Weltanschauliche Schulung und Geschichte (ideologische scholing en geschiedenis)
3. Heerwesen, SS und Polizeiwesen (de grondbeginselen van het leger)
4. Waffenlehre (wapentactiek en techniek)
5. Geländekunde (terreinkennis)
6. Truppendienst (troependienst)
7. Kartenkunde (kaart kennis)
8. Panzerlehre (tank gevechtskunde)
9. Nachrichtenwesen (de grondbeginselen van de verbindingen)
10. Pionierwesen (de grondbeginselen van de genie)
11. Luftwaffenlehre (luchtwapen theorie)
12. Kraftfahrwesen (militaire voertuigen)
13. Leibesübungen (fysieke training)
14. Reiten (paardrijden)

Halverwege de opleiding dienden de Junker een Zwischenprüfung af te leggen. Dit was de belangrijkste test die moest uitwijzen of de Junker voldoende geleerd had en daadwerkelijk geschikt was om officier te worden. De mannen die voor de test slaagden, werden bevorderd tot Standartenjunker. De Junker die net niet aan de eisen voldeden, bleven op de opleiding, maar werden niet bevorderd. De anderen, de Junker die waren gezakt, keerden naar hun eigen eenheid terug.

Aan het einde van de opleiding volgde een laatste test: de Schlussprüfung. Alhoewel deze test het einde van de opleiding markeerde, waren er maar weinigen die deze niet met succes volbrachten. De mannen die slaagden voor hun Schlussprüfung werden bevorderd tot SS-Standartenoberjunker waarmee zij officieel officier waren geworden. Hierna werden de Oberjunker naar de verschillende Waffenschulen gezonden waar zij gedurende 4 maanden nog een specialistische opleiding volgden alvorens zij een eenheid toebedeeld kregen. De artilleristen gingen naar een Artillerieschule, de Panzergrenadiere naar een Panzergrenadier-Schule, de Pioniere naar de Pionier-Schule, enz. Ook op de Waffenschule werden de Oberjunker weer in Lehrgänge ingedeeld. In tegenstelling tot de Junkerschule lag het accent bij de Waffenschule veel meer op het in praktijk brengen van kennis.

Jan Munk, een Nederlandse Junker

In het boek Loyalty is my honor, geschreven door Gordon Williamson, vertelt de Nederlandse ex-Wikinger Jan Munk zijn verhaal over zijn Lehrgang op de officiersschool. Munk herinnert zich dat de nadruk vooral op de discipline lag. Alhoewel de vele oefeningen soms nutteloos en vaak erg moeilijk uitvoerbaar waren, leerden de Junker dat het gehoorzamen aan de orders van een meerdere 'heilig' was. Wanneer er een order gegeven werd dan diende die te worden uitgevoerd. Netheid en orde waren andere disciplinaire aspecten die op Bad Tölz werden benadrukt. De verblijven, de kledij en vooral de wapens dienden brandschoon te worden gehouden. Met name het laatste zou aan het front nog van levensbelang blijken te zijn. Uiteraard dienden de toekomstige officieren ook op de hoogte te zijn van alle aspecten van het nationaal-socialisme dus behoorden ook politieke lessen tot het programma. Verder werd de haat tegen alles wat met het bolsjewisme te maken had door de docenten verstevigd. Munk vertelt in Loyalty is my honor hoe gehaat deze 'Weltanschauung' lessen waren. Men keek bepaalt niet uit naar de daguren waarop Mein Kampf werd gedoceerd.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Vincx en Schotanius, Nederlandse vrijwilligers dl. 3 en dl. 4; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; Williamson, Loyalty is my honour; Stein, Geschichte der Waffen-SS; Steiner, Die Freiwilligen; Armando, De SS'ers; Schulze-Kossens, Die Junkerschulen; Wegner, The Waffen-SS; Hahl, Mit Westland im Osten.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.